Veelgestelde vragen over Blok 1
Wat zijn de belangrijkste onderdelen van leesvaardigheid?
Wat is een persoonsvorm en hoe vind je deze in een zin?
Hoe herken ik een koppelwerkwoord?
Hoe gebruik je hoofdletters en leestekens correct in zinnen?
Wat is beeldspraak?
Hoe zet je een zin van de present perfect in de simple past?
Wat is het verschil tussen afhankelijke en onafhankelijke nevenschikkende argumentatie?
Hoe herken en benoem ik woordsoorten in een zin?
Hoe bedenk ik een pakkende titel voor een tekst?
Heeft een zin met een naamwoordelijk gezegde een lijdend voorwerp?
Hoe schrijf ik een uiteenzetting?
Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking?
Hoe vind je de hoofdzaken van een alinea?
Wanneer gebruik je het lidwoord 'de' of 'het'?
Hoe vind ik de belangrijkste punten in een hoofdstuk?
Wat is een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp?
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden met nadruk?
Hoe werkt argumentatie?
Hoe maak je vergelijkingen in het Nederlands?
Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde?
Wat is tekststructuur?
Wat is een onvoltooid deelwoord?
Hoe structureer ik een formele e-mail met alinea's en witregels?
Wat zijn titels en tussenkopjes?
Hoe gebruik ik lidwoorden in het Nederlands?
Hoe maak ik de inleiding van een uiteenzetting boeiend?
Wat is beeldspraak en welke vormen zijn er?
Hoe vind je de hoofdgedachte of hoofdzaken in een tekst?
Wat zijn uitdrukkingen en spreekwoorden?
Hoe werkt de buiging van het bijvoeglijk naamwoord in het Duits?
Wat is de gebiedende wijs?
Wat zijn beeldspraak en stijlfiguren?
Hoe ga ik om met onbekende woorden in Franse leesteksten?
Wat zijn de onderdelen van begrijpend lezen?
Hoe herken je een bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig wordt gebruikt?
Hoe begrijp ik de hoofdgedachte en details van een Franse tekst?
Wat zijn feitelijke en waarderende argumenten?
Wat is een vergelijking in de Nederlandse taal?
Wanneer gebruik je een hoofdletter in samenstellingen met niet-religieuze feestdagen?
Wat is een uitdrukking?
Wat zijn werkwoorden?
Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Welke soorten signaalwoorden zijn er?
Hoe vervoeg je werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd?
Wat is argumentatie en welke structuren zijn er?
Hoe bepaal je de leefbaarheid van een wijk of buurt?
Wat is een leenwoord in de Nederlandse taal en geef een voorbeeld?
Wat is een lijdend voorwerp?
Wanneer gebruik je de letter 'n' in de Nederlandse spelling?
Hoe bepaal je de functie van een tekst?
Wat zijn argumentatievormen?
Wat is de SExI-methode?