Veelgestelde vragen over Hoofdstuk 12 Erfelijkheid & DNA
Wat zijn de belangrijkste begrippen bij erfelijkheid?
Wat is een homoloog chromosoom?
Wat is homozygoot en heterozygoot?
Hoe erven erfelijke eigenschappen en aandoeningen over?
Wat is het verschil tussen genotype en fenotype?
Wat is de betekenis van begrippen als DNA, genotype, natuurlijke selectie en adaptatie?
Wat betekenen de begrippen homozygoot, heterozygoot, dominant en recessief?
Wat is het verschil tussen een allel, gen, genenpaar, chromosoom en chromosomenpaar?
Wat is de bouw van DNA?
Hoe verloopt de deling van een bevruchte eicel?
Wat is de relatie tussen cel, celkern, chromosomen, DNA en genen?
Waaruit bestaat een chromosoom?
Wat is een dihybride kruising?
Hoe werken dominante en recessieve allelen?
Hoe kunnen erfelijke aandoeningen overerven?
Hoe wordt DNA opgerold in de cel?
Welke geslachtschromosomen heeft een kween?
Hoeveel chromosomen heeft een mens?
Waaruit bestaat DNA?
Wat zijn voorbeelden van een genotype?
Hoe beïnvloeden milieufactoren het fenotype en wat zijn modificaties?
Wat is het verschil tussen chromosomen, chromosomenparen en chromatiden?
Wat is de volgorde van bevruchting tot geboorte?