Veelgestelde vragen over blok 5
Wanneer gebruik je de letter 'n' in de Nederlandse spelling?
Welke signaalwoorden horen bij een concluderend verband?
Waar staat de hoofdgedachte van een tekst?
Wat zijn deelonderwerpen in een tekst?
Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Heeft een zin met een naamwoordelijk gezegde een lijdend voorwerp?
Wat zijn uitdrukkingen en spreekwoorden?
Wat is het grammaticaal onderwerp in een zin?
Wat zijn werkwoorden?
Welke signaalwoorden horen bij opsommend en chronologisch tekstverband?
Wat is een lijdend voorwerp?
Wat is een leenwoord in de Nederlandse taal en geef een voorbeeld?
Wat is een signaalwoord?
Welke zinsverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat zijn hoofd- en bijzinnen in het Nederlands?
Wat zijn nevenschikkende voegwoorden?
Hoe maak ik een samenvatting?
Hoe herken je een bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig wordt gebruikt?
Wat is een vergelijking in de Nederlandse taal?
Hoe werkt de buiging van het bijvoeglijk naamwoord in het Duits?
Hoe maak je vergelijkingen in het Nederlands?
Hoe herken en benoem ik woordsoorten in een zin?
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Hoe vind ik de kernzin van een tekst?
Wat is het verschil tussen globaal en intensief lezen?
Hoe bepaal je de functie van een tekst?
Wat is de SExI-methode?
Hoe herken je verbanden tussen alinea's?
Wat is het verschil tussen nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden?
Hoe begrijp ik de hoofdgedachte en details van een Franse tekst?
Hoe gebruik je hoofdletters en leestekens correct in zinnen?
Wat is een opsommend verband?
Hoe analyseer ik een tekst?
Hoe bepaal en formuleer je het onderwerp van een tekst?
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden met nadruk?
Wat is beeldspraak?
Hoe ga ik om met onbekende woorden in Franse leesteksten?
Wat zijn voegwoorden?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?
Hoe identificeer je persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in Engelse zinnen?
Wanneer gebruik je een hoofdletter in samenstellingen met niet-religieuze feestdagen?
Wanneer gebruik je het lidwoord 'de' of 'het'?
Hoe herken ik een koppelwerkwoord?
Wat is beeldspraak en welke vormen zijn er?
Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking?
Welke soorten signaalwoorden zijn er?
Hoe identificeer je het meewerkend voorwerp, lijdend voorwerp, persoonlijk voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord in Nederlandse zinnen?
Wat is het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?
Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde?
Hoe helpen signaalwoorden mij een Franse tekst te begrijpen?
Mag een werkwoord in het onderwerp van een tekst staan?
Hoe herken ik tekstsoorten in het Frans?
Wat is een uitdrukking?
Wat zijn beeldspraak en stijlfiguren?
Hoe herken ik zinsdelen zoals onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp?
Welke tekstverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat is het verschil tussen een grammaticaal onderwerp en het onderwerp van een tekst?
Hoe vind je de hoofdgedachte of hoofdzaken in een tekst?