Het onderwerp van een tekst is de kernboodschap of het hoofdthema waar de hele tekst over gaat. Het bestaat uit één woord of een woordgroep, maar nooit uit een hele zin en bevat geen persoonsvorm.
Om het onderwerp van een tekst te bepalen en te formuleren, volg je deze stappen:
- Lees de titel: De titel geeft vaak al een belangrijke aanwijzing.
- Lees de eerste alinea: Hier wordt het onderwerp meestal geïntroduceerd.
- Bekijk plaatjes, illustraties of diagrammen: Visuele elementen kunnen helpen om het hoofdonderwerp te begrijpen.
- Lees tussenkopjes en anders gedrukte woorden: Dikgedrukte of schuingedrukte woorden en tussenkopjes wijzen vaak op belangrijke onderwerpen.
- Stel jezelf de vraag: Vraag jezelf af: "Waar gaat deze tekst over?" Het antwoord hierop, geformuleerd als één woord of woordgroep, is het onderwerp.
- Correcte formulering: "vrouwenvoetbal" of "de opkomst van het vrouwenvoetbal".
- Incorrecte formulering: "Het gaat over vrouwenvoetbal" (dit is een hele zin).
Het grammaticale onderwerp is anders dan het onderwerp van een tekst. Het grammaticale onderwerp vind je in een specifieke zin en is altijd verbonden aan de persoonsvorm (het werkwoord). Het grammaticale onderwerp doet iets of is iets in die zin. Je vindt het door de vraag te stellen: "Wie of wat + persoonsvorm?". Bijvoorbeeld, in de zin "Jan speelt voetbal" is "Jan" het grammaticale onderwerp, want wie speelt? Jan.