Veelgestelde vragen over Blok 6
Hoe vind je de hoofdgedachte of hoofdzaken in een tekst?
Hoe vervoeg je werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd?
Wat is een signaalwoord?
Hoe analyseer ik een tekst?
Wat is een vergelijking in de Nederlandse taal?
Wat zijn argumentatievormen?
Wat is een onvoltooid deelwoord?
Hoe herken je verbanden tussen alinea's?
Hoe bepaal je het onderwerp van een tekst?
Hoe kan ik mijn woordenschat uitbreiden?
Hoe maak ik de inleiding van een uiteenzetting boeiend?
Hoe vind je de hoofdzaken van een alinea?
Hoe maak je vergelijkingen in het Nederlands?
Wat zijn de belangrijkste onderdelen van leesvaardigheid?
Wat is beeldspraak?
Wat is het verschil tussen afhankelijke en onafhankelijke nevenschikkende argumentatie?
Hoe helpen signaalwoorden mij een Franse tekst te begrijpen?
Hoe ga ik om met onbekende woorden in Franse leesteksten?
Hoe bepaal je de leefbaarheid van een wijk of buurt?
Hoe structureer ik een formele e-mail met alinea's en witregels?
Hoe gebruik je de bezitsvorm in het Engels?
Hoe bepaal je de functie van een tekst?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?
Wat is beeldspraak en welke vormen zijn er?
Hoe vind ik de belangrijkste punten in een hoofdstuk?
Hoe begrijp ik de hoofdgedachte en details van een Franse tekst?
Wat zijn de belangrijkste begrippen van fictie?
Wat zijn titels en tussenkopjes?
Welke signaalwoorden horen bij opsommend en chronologisch tekstverband?
Wat is een opsommend verband?
Wat is argumentatie en welke structuren zijn er?
Wat zijn de belangrijkste spellingsregels?
Wat zijn voegwoorden?
Wat is een leenwoord in de Nederlandse taal en geef een voorbeeld?
Wat zijn de onderdelen van begrijpend lezen?
Hoe oefen ik spelling met een dictee?
Hoe schrijf ik een uiteenzetting?
Welke signaalwoorden horen bij een concluderend verband?
Wat zijn beeldspraak en stijlfiguren?
Wat is een uitdrukking?
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Wat is het verschil tussen globaal en intensief lezen?
Hoe werkt argumentatie?
Welke soorten signaalwoorden zijn er?
Wat is het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?
Wat zijn feitelijke en waarderende argumenten?
Wanneer gebruik je de tussen-e in samenstellingen?
Wat is een persoonsvorm en hoe vind je deze in een zin?
Wat is een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp?
Wat is de gebiedende wijs?
Wat zijn deelonderwerpen in een tekst?
Welke zinsverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat zijn de regels voor samenstellingen in het Nederlands?
Wat zijn uitdrukkingen en spreekwoorden?
Hoe bedenk ik een pakkende titel voor een tekst?
Welke tekstverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking?
Hoe herken ik tekstsoorten in het Frans?
Wanneer gebruik je een koppelteken?