Veelgestelde vragen over blok 4
Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde?
Wat is een naamwoordelijk gezegde?
Hoe vind ik de kernzin van een tekst?
Wat is beeldspraak?
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Welke zinsverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat is de SExI-methode?
Wat is een leenwoord in de Nederlandse taal en geef een voorbeeld?
Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een uitdrukking?
Wat zijn hoofd- en bijzinnen in het Nederlands?
Wat zijn voegwoorden?
Hoe analyseer ik een tekst?
Hoe herken ik een koppelwerkwoord?
Mag een werkwoord in het onderwerp van een tekst staan?
Wat is een uitdrukking?
Wat is het verschil tussen een grammaticaal onderwerp en het onderwerp van een tekst?
Wat zijn nevenschikkende voegwoorden?
Waar staat de hoofdgedachte van een tekst?
Wat is een naamwoordelijk deel en geef een voorbeeld?
Hoe vind je de hoofdgedachte of hoofdzaken in een tekst?
Hoe herken ik zinsdelen zoals onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp?
Welke signaalwoorden horen bij een concluderend verband?
Hoe identificeer je het meewerkend voorwerp, lijdend voorwerp, persoonlijk voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord in Nederlandse zinnen?
Welke soorten signaalwoorden zijn er?
Hoe herken je verbanden tussen alinea's?
Wat is het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?
Hoe bepaal en formuleer je het onderwerp van een tekst?
Wat is een lijdend voorwerp?
Wat zijn werkwoorden?
Hoe helpen signaalwoorden mij een Franse tekst te begrijpen?
Wat zijn deelonderwerpen in een tekst?
Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Hoe maak je vergelijkingen in het Nederlands?
Wat is het verschil tussen globaal en intensief lezen?
Wat zijn beeldspraak en stijlfiguren?
Welke signaalwoorden horen bij opsommend en chronologisch tekstverband?
Hoe herken je een naamwoordelijk gezegde?
Hoe herken ik tekstsoorten in het Frans?
Wat is een signaalwoord?
Wat zijn uitdrukkingen en spreekwoorden?
Wat is een opsommend verband?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?
Hoe maak ik een samenvatting?
Hoe identificeer je persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in Engelse zinnen?
Wat zijn de regels voor samenstellingen in het Nederlands?
Hoe ga ik om met onbekende woorden in Franse leesteksten?
Heeft een zin met een naamwoordelijk gezegde een lijdend voorwerp?
Wat is een werkwoordelijk gezegde?
Wat is beeldspraak en welke vormen zijn er?
Wat is het verschil tussen nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden?
Hoe herken je een werkwoordelijk gezegde?
Wat is een vergelijking in de Nederlandse taal?
Wanneer gebruik je een koppelteken?
Hoe bepaal je de functie van een tekst?
Hoe begrijp ik de hoofdgedachte en details van een Franse tekst?
Hoe bepaal je de leefbaarheid van een wijk of buurt?
Welke tekstverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wanneer gebruik je de tussen-e in samenstellingen?
Wat is het grammaticaal onderwerp in een zin?