Veelgestelde vragen over Cursus - Spelling en grammatica
Hoe zet je een zin van de present perfect in de simple past?
Wat is het grammaticaal onderwerp in een zin?
Wat is een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp?
Wanneer gebruik je de tussen-e in samenstellingen?
Hoe werkt de buiging van het bijvoeglijk naamwoord in het Duits?
Wat is een persoonsvorm en hoe vind je deze in een zin?
Wanneer gebruik je een koppelteken?
Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Wat is het verschil tussen een grammaticaal onderwerp en het onderwerp van een tekst?
Wat is een lijdend voorwerp?
Wanneer gebruik je de letter 'n' in de Nederlandse spelling?
Hoe vervoeg je werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd?
Wanneer gebruik je 's of s in het Nederlands?
Hoe herken je een bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig wordt gebruikt?
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden met nadruk?
Hoe bepaal en formuleer je het onderwerp van een tekst?
Hoe herken en benoem ik woordsoorten in een zin?
Wat zijn verwijswoorden?
Wat zijn de belangrijkste spellingsregels?
Wat zijn de regels voor samenstellingen in het Nederlands?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?