Veelgestelde vragen over CHAPITRE 4 EXAMENTRAINING PARLER
Wat zijn ezelsbruggetjes voor mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het Frans?
Hoe kan ik een Frans gesprek voeren?
Wat zijn de bepaalde en onbepaalde lidwoorden in het Frans?
Wat is de passé composé?
Hoe vorm je de passé composé met être?
Hoe vervoeg je een werkwoord op -er in de passé composé?
Welke Franse grammatica onderwerpen behandelen unit 1 en unit 2?
Wat betekenen 'il' en 'elle' in het Frans?
Hoe zeg je 'ik ben moe' in het Frans?
Wat is een werkwoord en een voorzetsel?
Hoe vervoeg ik faire, aller, avoir en prendre in de passé composé?
Wat is het voltooid deelwoord van aller?
Wat is het verschil tussen l' en de l' in het Frans?
Hoe weet ik of een Frans woord mannelijk of vrouwelijk is?
Wat zijn de Engelse grammatica regels?
Wat zijn Franse zinnen voor dagelijkse activiteiten?
Wat zijn de belangrijkste grammaticale onderwerpen in het Nederlands?
Hoe werkt de overtreffende trap in het Frans voor bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden?
Hoe herken je een bijvoeglijk naamwoord dat zelfstandig wordt gebruikt?
Wanneer gebruik je de letter 'n' in de Nederlandse spelling?
Wat zijn belangrijke onderwerpen van de Duitse grammatica?
Wat zijn bijwoorden in het Duits?
Wat zijn voegwoorden in het Duits?
Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige -ir werkwoorden in het Frans?
Wanneer gebruik je 'les' en 'des' in het Frans?
Wat is het Franse werkwoord 'pouvoir'?
Hoe vraag je in het Frans hoe het met iemand gaat?
Wanneer gebruik je de passé composé of imparfait?
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden in het Frans?