Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige -ir werkwoorden in het Frans?

Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige -ir werkwoorden in het Frans?

FransFrans

Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige -ir werkwoorden in het Frans?

Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige -ir werkwoorden in het Frans?

Antwoord van Ainstein

De verleden tijd in het Frans, de passé composé, wordt gebruikt voor korte, afgeronde gebeurtenissen in het verleden. Je vormt deze tijd met drie onderdelen:

  1. Het persoonlijk voornaamwoord (bijvoorbeeld je, tu, il/elle/on, nous, vous, ils/elles).
  2. Een hulpwerkwoord, meestal avoir (hebben) of soms être (zijn), vervoegd in de tegenwoordige tijd.
  3. Een voltooid deelwoord.

Voor regelmatige werkwoorden op -IR, zoals finir (eindigen) of choisir (kiezen), vorm je het voltooid deelwoord door de uitgang '-ir' te vervangen door '-i'.

Voorbeeld:

  • Finir (eindigen)
    • Stam: fin
    • Voltooid deelwoord: fini
    • Passé composé met avoir:
      • J'ai fini (Ik heb geëindigd)
      • Tu as fini (Jij hebt geëindigd)
      • Il/elle/on a fini (Hij/zij/men heeft geëindigd)
      • Nous avons fini (Wij hebben geëindigd)
      • Vous avez fini (Jullie/u hebben geëindigd)
      • Ils/elles ont fini (Zij hebben geëindigd)

De meeste regelmatige werkwoorden op -IR gebruiken avoir als hulpwerkwoord. Werkwoorden die beweging of een verandering van staat uitdrukken, gebruiken vaak être.

Voorbeeld met être (voor werkwoorden die op -IR eindigen en être gebruiken, hoewel dit minder vaak voorkomt bij regelmatige -IR werkwoorden):

  • Partir (vertrekken) - Dit is een onregelmatig werkwoord, maar het illustreert het gebruik van être.
    • Voltooid deelwoord: parti (of partie, partis, parties afhankelijk van geslacht en getal)
    • Passé composé met être:
      • Je suis parti(e) (Ik ben vertrokken)
      • Tu es parti(e) (Jij bent vertrokken)
      • Il est parti (Hij is vertrokken)
      • Elle est partie (Zij is vertrokken)
      • Nous sommes parti(e)s (Wij zijn vertrokken)
      • Vous êtes parti(e)s (Jullie/u zijn vertrokken)
      • Ils sont partis (Zij zijn vertrokken)
      • Elles sont parties (Zij zijn vertrokken)

Let op: bij het gebruik van être als hulpwerkwoord moet het voltooid deelwoord overeenkomen in geslacht en getal met het onderwerp.

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining