Om te rekenen met gemengde breuken, zoals 251, moet je deze eerst omzetten naar een onechte breuk. Een onechte breuk is een breuk waarbij de teller (het getal boven de streep) groter is dan de noemer (het getal onder de streep).
Stap 1: Gemengde breuk omzetten naar een onechte breuk
Om een gemengde breuk om te zetten, vermenigvuldig je het hele getal met de noemer en tel je de teller erbij op. De noemer blijft hetzelfde.
- Voorbeeld: Zet 251 om.
- Vermenigvuldig het hele getal (2) met de noemer (5): 2×5=10.
- Tel de teller (1) erbij op: 10+1=11.
- De noemer blijft 5.
- Dus, 251 wordt 511.
Stap 2: Reken met de onechte breuken
Nadat je alle gemengde breuken hebt omgezet naar onechte breuken, kun je ermee rekenen zoals je met gewone breuken zou doen. Dit betekent dat je, afhankelijk van de bewerking (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen), de volgende stappen volgt:
-
Gelijknamig maken (voor optellen en aftrekken): Zoek de kleinste gemeenschappelijke noemer (KGN) van alle breuken. Maak elke breuk gelijknamig door de teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen.
- Voorbeeld: Voor de som 511−43+107 is de KGN van 5, 4 en 10 gelijk aan 20.
- 511=5×411×4=2044
- 43=4×53×5=2015
- 107=10×27×2=2014
-
Optellen en aftrekken: Tel de tellers bij elkaar op of trek ze van elkaar af, terwijl de noemer hetzelfde blijft.
- Voorbeeld: 2044−2015+2014
- Eerst aftrekken: 2044−15=2029
- Dan optellen: 2029+14=2043
Stap 3: Resultaat eventueel terug omzetten naar een gemengde breuk
Als je een onechte breuk als antwoord hebt, kun je deze vaak terug omzetten naar een gemengde breuk voor de duidelijkheid.
- Voorbeeld: Zet 2043 om.
- Deel de teller (43) door de noemer (20): 43÷20=2 met een rest van 3.
- Het hele getal is 2, de nieuwe teller is 3 en de noemer blijft 20.
- Dus, 2043 wordt 2203.