De constante b in een lineaire formule van de vorm y=ax+b (of q=ap+b, etc.) staat voor het snijpunt met de y-as. Dit is het punt waar de lijn de y-as snijdt, en op dit punt is de x-coördinaat altijd 0.
Je kunt de constante b op verschillende manieren berekenen, afhankelijk van de informatie die je hebt:
Methode 1: Je kent de richtingscoëfficiënt (a) en één punt (x,y)
Als je de richtingscoëfficiënt (a) van de lijn weet en de coördinaten van één punt (x,y) dat op de lijn ligt, kun je b berekenen door deze waarden in de formule in te vullen.
Stappenplan:
- Vul de bekende waarde van a in de formule y=ax+b.
- Vul de x-coördinaat en de y-coördinaat van het gegeven punt in de formule in.
- Los de vergelijking op om b te vinden.
Voorbeeld:
Stel, je hebt de formule y=−1,5x+b en de lijn gaat door het punt (3,4.5).
- De richtingscoëfficiënt a is al bekend: −1,5.
- Vul x=3 en y=4.5 in de formule in:
4.5=−1,5×3+b
- Reken het deel met x uit:
4.5=−4,5+b
- Los op voor b door aan beide kanten +4,5 te doen:
4.5+4.5=b
9=b
De constante b is dus 9. De formule is y=−1,5x+9.
Voorbeeld 2:
Lijn k heeft richtingscoëfficiënt 2,4 en gaat door punt A (−5,2).
- De richtingscoëfficiënt a is 2,4.
- Vul x=−5 en y=2 in de formule y=2,4x+b in:
2=2,4×−5+b
- Reken het deel met x uit:
2=−12+b
- Los op voor b door aan beide kanten +12 te doen:
2+12=b
14=b
De constante b is dus 14. De formule van lijn k is y=2,4x+14.
Methode 2: Je kent twee punten (x1,y1) en (x2,y2)
Als je twee punten kent waar de lijn doorheen gaat, moet je eerst de richtingscoëfficiënt (a) berekenen voordat je b kunt vinden.
Stappenplan:
- Bereken de richtingscoëfficiënt (a) met de formule:
a=verschil in xverschil in y=x2−x1y2−y1
- Kies één van de twee gegeven punten.
- Vul de berekende waarde van a en de coördinaten van het gekozen punt in de formule y=ax+b.
- Los de vergelijking op om b te vinden (zie Methode 1).
Voorbeeld:
Stel een formule op van de vorm y=ax+b voor de punten (4,6) en (2,9).
- Bereken de richtingscoëfficiënt (a):
x1=4,y1=6
x2=2,y2=9
a=2−49−6=−23=−1,5
De formule is nu y=−1,5x+b.
- Kies één punt, bijvoorbeeld (4,6).
- Vul x=4 en y=6 in de formule in:
6=−1,5×4+b
- Reken het deel met x uit:
6=−6+b
- Los op voor b door aan beide kanten +6 te doen:
6+6=b
12=b
De constante b is dus 12. De complete formule is y=−1,5x+12.
Voorbeeld 2 (met andere variabelen):
Scott verkoopt tapas. Bij p=75 eurocent geldt q=400 verkochte tapas, en bij p=125 eurocent geldt q=200. Stel de formule van q op in de vorm q=ap+b.
- Bereken de richtingscoëfficiënt (a):
Punten zijn (p1,q1)=(75,400) en (p2,q2)=(125,200).
a=p2−p1q2−q1=125−75200−400=50−200=−4
De formule is nu q=−4p+b.
- Kies één punt, bijvoorbeeld (75,400).
- Vul p=75 en q=400 in de formule in:
400=−4×75+b
- Reken het deel met p uit:
400=−300+b
- Los op voor b door aan beide kanten +300 te doen:
400+300=b
700=b
De constante b is dus 700. De complete formule is q=−4p+700.