Hier is een stappenplan voor het opstellen van een zuur-base reactie, inclusief een voorbeeld van de reactie tussen natronloog en zoutzuur:
Stappenplan voor het opstellen van een zuur-base reactie (voorbeeld: Natronloog + Zoutzuur)
- Noteer de chemische formules van de reagentia. 🧪
- Zoek de namen op en schrijf de bijbehorende ionen of moleculen op.
- Ons voorbeeld: Natronloog is een oplossing van natriumhydroxide, dus we noteren Na+ (aq) en OH− (aq). Zoutzuur is een oplossing van waterstofchloride, dus we noteren H+ (aq) en Cl− (aq).
- Identificeer het zuur en de base. 🔍
- Een zuur is een deeltje dat H+ afstaat, en een base is een deeltje dat H+ opneemt. Gebruik Binas tabel 49 om te bepalen of een deeltje een sterke of zwakke base is.
- Ons voorbeeld: OH− is de base (sterk) en H+ is het zuur (sterk).
- Noteer sterke zuren/basen als ionen en zwakke zuren/basen als hele deeltjes. ✍️
- Sterke zuren schrijf je als H+ (of H3O+) en sterke basen als OH− (of het ion dat H+ opneemt). Zwakke zuren en basen noteer je als het hele molecuul.
- Ons voorbeeld: We hebben H+ en OH− als de reagerende deeltjes.
- Bepaal de H+ overdracht. ↔️
- Hoeveel H+ kan het zuur afstaan en hoeveel kan de base opnemen?
- Ons voorbeeld: De H+ staat 1 H+ af en de OH− neemt 1 H+ op.
- Stel de reactievergelijking op en vorm de reactieproducten. ➡️
- Combineer het zuur en de base, en balanceer de H+ overdracht om de nieuwe deeltjes te vormen.
- Ons voorbeeld: H+ (aq) + OH− (aq) → H2O (l).
- Identificeer eventuele tribune-ionen en vereenvoudig de reactie. 🗑️
- Deeltjes die aan beide kanten van de pijl staan en niet reageren, zijn tribune-ionen. Deze laat je weg in de netto reactievergelijking.
- Ons voorbeeld: Na+ en Cl− zijn de tribune-ionen. De netto reactie is dus:
H+(aq)+OH−(aq)→H2O(l)