Om het snijpunt van twee grafieken te vinden met behulp van hun formules, moet je de formules aan elkaar gelijkstellen. Op het snijpunt zijn de y-waarden (of de uitkomsten) van beide formules namelijk precies hetzelfde.
Hier is een stappenplan met een voorbeeld:
Voorbeeld: Kosten van een zwembadbezoek
Stel je hebt twee formules die de kosten van een zwembadbezoek beschrijven:
- Zonder jaarkaart: Je betaalt €3,80 per bezoek. De formule hiervoor is y=3,80x.
- Met jaarkaart: Je betaalt eenmalig €15 voor de jaarkaart en daarna €2,90 per bezoek. De formule hiervoor is y=15+2,90x.
Hierin is y de totale kosten en x het aantal bezoeken.
Stap 1: Stel de twee formules aan elkaar gelijk.
Omdat op het snijpunt de kosten (y) voor beide opties gelijk zijn, kun je de twee formules aan elkaar gelijkstellen:
3,80x=15+2,90x
Stap 2: Los de vergelijking op om de waarde van x te vinden.
Het doel is om alle termen met x naar één kant van het is-teken te brengen en de getallen zonder x naar de andere kant. Dit doe je met de balansmethode: wat je aan de ene kant van de vergelijking doet, moet je ook aan de andere kant doen.
-
Trek 2,90x van beide kanten van de vergelijking af om alle x-termen naar links te verplaatsen:
3,80x−2,90x=15+2,90x−2,90x
0,90x=15
-
Deel beide kanten door 0,90 om x te isoleren:
x=0,9015
x=9150
x=350
x≈16,67
Dit betekent dat na ongeveer 16 of 17 bezoeken de kosten voor beide opties gelijk zijn.
Stap 3: Vul de gevonden x-waarde in één van de oorspronkelijke formules in om de waarde van y te vinden.
Je kunt de waarde van x (in dit geval 350) in de eerste formule invullen:
y=3,80x
y=3,80×350
y=3190
y≈63,33
Of in de tweede formule (dit moet hetzelfde resultaat geven):
y=15+2,90x
y=15+2,90×350
y=15+3145
y=345+3145
y=3190
y≈63,33
Conclusie:
Het snijpunt van de twee grafieken is (350,3190), wat neerkomt op ongeveer (16,67;63,33). Dit betekent dat na ongeveer 16,67 bezoeken de totale kosten voor beide opties €63,33 zijn. Vanaf het 17e bezoek is de jaarkaart voordeliger.