Om een grafiek te maken van een lineaire formule, zoals P=2k+10, volg je de volgende stappen. Een lineaire formule geeft altijd een rechte lijn als grafiek. Je hebt minimaal twee punten nodig om zo'n rechte lijn te kunnen tekenen.
Stap 1: Bepaal twee punten die op de lijn liggen.
Je kiest zelf een paar waarden voor de variabele op de horizontale as (in dit geval k) en berekent met de formule de bijbehorende waarde voor de variabele op de verticale as (in dit geval P).
-
Kies bijvoorbeeld k=0:
Vul k=0 in de formule P=2k+10 in:
P=2×0+10
P=0+10
P=10
Dit geeft je het punt (0,10).
-
Kies een andere waarde, bijvoorbeeld k=2:
Vul k=2 in de formule P=2k+10 in:
P=2×2+10
P=4+10
P=14
Dit geeft je het punt (2,14).
Je hebt nu twee punten: (0,10) en (2,14).
Stap 2: Teken een assenstelsel.
Teken een horizontaal as (de k-as) en een verticaal as (de P-as). Zorg ervoor dat de assen lang genoeg zijn om de punten die je hebt berekend te kunnen plaatsen. Vergeet niet de assen te benoemen (k en P) en een schaalverdeling aan te brengen.
Stap 3: Plot de punten in het assenstelsel.
Zoek de berekende punten op in je assenstelsel en zet er een stip neer.
- Voor punt (0,10): Ga 0 stappen naar rechts op de k-as en 10 stappen omhoog op de P-as.
- Voor punt (2,14): Ga 2 stappen naar rechts op de k-as en 14 stappen omhoog op de P-as.
Stap 4: Trek een rechte lijn door de punten.
Pak een liniaal en trek een rechte lijn door de twee punten die je hebt geplot. Deze lijn is de grafiek van de formule P=2k+10. Je kunt de lijn aan beide kanten doortrekken, omdat de formule voor meer waarden van k geldt dan alleen de waarden die je hebt gekozen.