Om algebraïsche breuken op te tellen of af te trekken, moet je ze eerst gelijknamig maken. Dit betekent dat de noemers van de breuken hetzelfde moeten zijn. Als de noemers variabelen bevatten, moet je de kleinste gemeenschappelijke noemer (KGD) vinden die alle variabelen en getallen in de noemers omvat.
Stappenplan voor het optellen en aftrekken van algebraïsche breuken:
- Vind de kleinste gemeenschappelijke noemer (KGD): Bepaal de KGD van alle noemers. Dit is de kleinste uitdrukking waar alle oorspronkelijke noemers in passen.
- Maak de breuken gelijknamig: Vermenigvuldig de teller en de noemer van elke breuk met de factor die nodig is om de noemer gelijk te maken aan de KGD. Zorg ervoor dat je zowel de teller als de noemer met dezelfde factor vermenigvuldigt om de waarde van de breuk niet te veranderen.
- Tel de tellers op of trek ze af: Zodra de breuken gelijknamig zijn, tel je de tellers bij elkaar op of trek je ze van elkaar af. De noemer blijft hetzelfde.
- Vereenvoudig de uitkomst: Vereenvoudig de resulterende breuk indien mogelijk door gemeenschappelijke factoren uit de teller en noemer te delen.
Voorbeelden:
1. Optellen van algebraïsche breuken:
Stel je hebt de som:
2a13+5a9
- Stap 1: Vind de KGD. De noemers zijn 2a en 5a. De kleinste gemeenschappelijke noemer voor 2 en 5 is 10, en de variabele is a. Dus de KGD is 10a.
- Stap 2: Maak de breuken gelijknamig.
- Voor de eerste breuk 2a13: om de noemer 10a te maken, vermenigvuldig je 2a met 5. Je moet dan ook de teller 13 met 5 vermenigvuldigen:
2a×513×5=10a65
- Voor de tweede breuk 5a9: om de noemer 10a te maken, vermenigvuldig je 5a met 2. Je moet dan ook de teller 9 met 2 vermenigvuldigen:
5a×29×2=10a18
- Stap 3: Tel de tellers op. Nu de breuken gelijknamig zijn, tel je de tellers op en behoud je de noemer:
10a65+10a18=10a65+18=10a83
- Stap 4: Vereenvoudig de uitkomst. De breuk 10a83 kan niet verder worden vereenvoudigd, omdat 83 een priemgetal is en geen gemeenschappelijke factoren heeft met 10a.
2. Aftrekken van algebraïsche breuken:
Stel je hebt de som:
x3−y4
- Stap 1: Vind de KGD. De noemers zijn x en y. De kleinste gemeenschappelijke noemer is xy.
- Stap 2: Maak de breuken gelijknamig.
- Voor de eerste breuk x3: om de noemer xy te maken, vermenigvuldig je x met y. Je moet dan ook de teller 3 met y vermenigvuldigen:
x×y3×y=xy3y
- Voor de tweede breuk y4: om de noemer xy te maken, vermenigvuldig je y met x. Je moet dan ook de teller 4 met x vermenigvuldigen:
y×x4×x=xy4x
- Stap 3: Trek de tellers af. Nu de breuken gelijknamig zijn, trek je de tellers van elkaar af en behoud je de noemer:
xy3y−xy4x=xy3y−4x
- Stap 4: Vereenvoudig de uitkomst. De breuk xy3y−4x kan niet verder worden vereenvoudigd, omdat er geen gemeenschappelijke factoren zijn in de teller en noemer.