Bij een massa-veersysteem kun je krachten en uitwijking berekenen, zowel wanneer het systeem in evenwicht is als wanneer het trilt. Hierbij zijn de zwaartekracht, veerkracht en de resulterende kracht belangrijk.
Krachten en uitwijking in evenwicht
Wanneer een massa-veersysteem in evenwicht is (bijvoorbeeld een blokje dat stil hangt aan een veer), betekent dit dat de resulterende kracht (Fres) op het blokje nul is. Alle krachten die erop werken, heffen elkaar precies op.
De twee belangrijkste krachten die op het blokje werken zijn:
- Zwaartekracht (Fz): Deze trekt het blokje naar beneden. De grootte bereken je met de formule:
Fz=m⋅g
Waarbij:
- Fz de zwaartekracht in Newton (N) is.
- m de massa van het blokje in kilogram (kg) is.
- g de valversnelling is (op aarde ongeveer 9,81 N/kg).
- Veerkracht (Fv): Deze trekt het blokje omhoog (als de veer uitgerekt is). De grootte bereken je met de wet van Hooke:
Fv=C⋅utotale_uitrekking
Waarbij:
- Fv de veerkracht in Newton (N) is.
- C de veerconstante (of krachtconstante) in Newton per meter (N/m) is, die aangeeft hoe stijf de veer is.
- utotale_uitrekking de totale uitrekking van de veer in meter (m) is ten opzichte van de oorspronkelijke, onuitgerekte lengte.
In evenwicht geldt dat de veerkracht precies gelijk is aan de zwaartekracht: Fv=Fz. Hieruit kun je de uitrekking van de veer in de evenwichtsstand berekenen:
uevenwicht=CFz
Voorbeeld (gebaseerd op Opgave 30a):
Stel een blokje met massa m=0,204 kg hangt stil aan een veer met veerconstante C=32,2 N/m.
- Bereken de zwaartekracht:
Fz=0,204 kg⋅9,81 N/kg≈2,00 N.
- Bereken de uitrekking in evenwicht:
Aangezien Fv=Fz in evenwicht, is Fv=2,00 N.
uevenwicht=32,2 N/m2,00 N≈0,062 m (of 6,2 cm).
Krachten en uitwijking tijdens trillingen
Bij een harmonische trilling is de resulterende kracht niet nul, maar verandert deze voortdurend. De resulterende kracht zorgt ervoor dat het voorwerp heen en weer beweegt rond de evenwichtsstand.
Voor een harmonische trilling gelden twee belangrijke voorwaarden voor de resulterende kracht:
- De resulterende kracht (Fres) is recht evenredig met de uitwijking (u) vanuit de evenwichtsstand. Dit betekent dat hoe verder het voorwerp van de evenwichtsstand is, hoe groter de kracht is die het terugduwt.
- De resulterende kracht (Fres) is tegengesteld gericht aan de uitwijking (u). Dit betekent dat de kracht altijd probeert het voorwerp terug te trekken naar de evenwichtsstand.
Deze twee voorwaarden worden samengevat in de wet van Hooke voor de resulterende kracht:
Fres=−C⋅u
Waarbij:
- Fres de resulterende kracht in Newton (N) is.
- C de veerconstante in Newton per meter (N/m) is.
- u de uitwijking in meter (m) is vanaf de evenwichtsstand. Het minteken geeft aan dat de kracht tegengesteld is aan de uitwijking.
Berekenen van krachten en uitwijking tijdens trillingen:
-
Uitwijking (u): Dit is de afstand van het voorwerp tot de evenwichtsstand. De maximale uitwijking wordt de amplitude (A) genoemd.
- Als het voorwerp zich boven de evenwichtsstand bevindt, is de uitwijking positief (bijvoorbeeld u=+A).
- Als het voorwerp zich onder de evenwichtsstand bevindt, is de uitwijking negatief (bijvoorbeeld u=−A).
-
Zwaartekracht (Fz): Blijft constant en werkt altijd omlaag, zoals berekend in de evenwichtssituatie.
-
Veerkracht (Fv): De veerkracht hangt af van de totale uitrekking van de veer ten opzichte van zijn oorspronkelijke, onuitgerekte lengte.
- Fv=C⋅utotale_uitrekking.
- De richting van de veerkracht is altijd tegengesteld aan de uitrekking van de veer zelf (dus omhoog als de veer uitgerekt is).
-
Resulterende kracht (Fres): Dit is de som van alle krachten. Omdat de zwaartekracht omlaag werkt en de veerkracht omhoog (bij een uitgerekte veer), trek je de krachten van elkaar af. Als je 'omhoog' als positieve richting kiest:
Fres=Fv−Fz
De richting van Fres is die van de grootste kracht.
Voorbeeld (gebaseerd op Opgave 30b en 30e):
Stel het blokje uit het vorige voorbeeld (Fz=2,00 N, C=32,2 N/m, uevenwicht=6,2 cm) wordt 5,0 cm omlaag getrokken vanuit de evenwichtsstand en losgelaten. De amplitude (A) is dus 5,0 cm.
Situatie 1: Direct na loslaten (uiterste stand onder)
- Uitwijking (u): Het blokje is 5,0 cm onder de evenwichtsstand. Dus u=−5,0 cm=−0,05 m.
- Zwaartekracht (Fz): Blijft 2,00 N (omlaag).
- Totale uitrekking veer (utotale_uitrekking): De veer was al 6,2 cm uitgerekt in evenwicht, en nu nog eens 5,0 cm extra.
utotale_uitrekking=6,2 cm+5,0 cm=11,2 cm=0,112 m.
- Veerkracht (Fv): Fv=32,2 N/m⋅0,112 m≈3,61 N (omhoog).
- Resulterende kracht (Fres): Fres=Fv−Fz=3,61 N−2,00 N=1,61 N (omhoog).
(Controle met Fres=−C⋅u: Fres=−32,2 N/m⋅(−0,05 m)=1,61 N (omhoog)).
Situatie 2: In de uiterste stand boven
- Uitwijking (u): Het blokje is 5,0 cm boven de evenwichtsstand. Dus u=+5,0 cm=+0,05 m.
- Zwaartekracht (Fz): Blijft 2,00 N (omlaag).
- Totale uitrekking veer (utotale_uitrekking): De veer was 6,2 cm uitgerekt in evenwicht, maar is nu 5,0 cm minder uitgerekt.
utotale_uitrekking=6,2 cm−5,0 cm=1,2 cm=0,012 m.
- Veerkracht (Fv): Fv=32,2 N/m⋅0,012 m≈0,39 N (omhoog).
- Resulterende kracht (Fres): Fres=Fv−Fz=0,39 N−2,00 N=−1,61 N (omlaag).
(Controle met Fres=−C⋅u: Fres=−32,2 N/m⋅(+0,05 m)=−1,61 N (omlaag)).
Door deze stappen te volgen, kun je de krachten en uitwijking in een massa-veersysteem berekenen in verschillende situaties.