Teken in één figuur de grafieken.
Een lineaire formule is er een waarbij er een lineair verband bestaat tussen twee variabelen. Dit betekent dat de grafiek een rechte lijn is. In de gegeven voorbeeld hebben we een formuley=-\frac{1}{3}x+2y=-\frac{1}{3}y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y=-y = -\large{\frac{1}{3}}. Dit duidt op een dergelijk verband tussen x en y.
Hoe tekenen we een grafiek van een lineaire formule?
Om de grafiek van een lineaire formule te tekenen, maken we eerst een tabel. In deze tabel vul je in de bovenste rij de waarden van x in, en vervolgens in de onderste rij vul je de waarden van y in. We beginnen met x = 0 omdat dit het snijpunt met de y-as geeft, wat een belangrijk punt is. Wanneer we hier de formule invullen, krijgen we y = 2.
Hoe vinden we meer punten voor de grafiek?
Vervolgens willen we een ander punt vinden voor de grafiek. We moeten kiezen voor een x-waarde die bij vermenigvuldiging met-\frac{1}{3}-------------------\large{\frac{1}{3}}een heel getal geeft voor y. In het voorbeeld kiezen we x = 3, en kregen we y = 1.

Hoe tekenen we de lijn?
Nadat we voldoende punten hebben gevonden (meestal twee punten volstaan voor een lineaire lijn), tekenen we de lijn in ons assenstelsel. Waarna ook de eindformule genoteerd kan worden.

Hoe controleren we of een punt op de lijn ligt?
Nu hebben we een toepassingsvraag. Hoe weten we of een gegeven punt daadwerkelijk op de grafiek ligt? Hiervoor volgen we enkele stappen. Bij het controleren van punt A (3,6) op lijn L: y = 6x - 12, vullen we de x-coördinaat in de formule in en kijken welke y-waarde daarbij hoort. Bij het invullen van 3 kwam er 6 uit, wat betekent dat punt A inderdaad op lijn L ligt. Deze methode kan op dezelfde manier worden gebruikt om te bepalen of andere punten, zoals B (5,20) en C (-5, ?), op de lijn liggen.












