Veelgestelde vragen over 3.7 Grammatica
Heeft een zin met een naamwoordelijk gezegde een lijdend voorwerp?
Wat is een lijdend voorwerp?
Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde in een zin?
Hoe vind je het lijdend voorwerp in een zin?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?
Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde?