Het bereik van een exponentiële functie is iets anders dan het domein. Bij een exponentiële functie, zoals y=a⋅bx, is het bereik niet altijd oneindig in beide richtingen. Het bereik wordt namelijk bepaald door de horizontale asymptoot van de grafiek.
Voor de standaard exponentiële functie, bijvoorbeeld y=2x, is de horizontale asymptoot de lijn y=0 (de x-as). De grafiek zal deze lijn wel heel dicht naderen, maar nooit raken of oversteken. Daarom is het bereik van zo'n standaardfunctie y>0, oftewel ⟨0,→⟩.
Als de functie verticaal verschoven wordt, bijvoorbeeld y=2x+3, dan verschuift de asymptoot mee naar y=3. Het bereik wordt dan y>3, oftewel ⟨3,→⟩.
En als de functie vermenigvuldigd wordt met een negatief getal, bijvoorbeeld y=−2x, dan klapt de grafiek om. De asymptoot blijft y=0, maar het bereik wordt dan y<0, oftewel ⟨←,0⟩.
Dus, het bereik van een exponentiële functie is afhankelijk van de verticale verschuiving en of de grafiek is omgeklapt. Het is altijd een interval dat begrensd wordt door de horizontale asymptoot.