Een omgekeerd evenredig verband betekent dat als de ene grootheid groter wordt, de andere grootheid juist kleiner wordt, en andersom. De grootheden bewegen dus tegenovergesteld.
De formule die hierbij hoort, is vaak van de vorm Y=XA of X⋅Y=A. Hierbij is A een vast getal, ook wel de evenredigheidsconstante genoemd.
Voorbeeld:
Stel, Lotte moet kranten bezorgen. Als ze alleen is (1 persoon), duurt het 150 minuten. Als haar zus helpt (2 personen), zijn ze twee keer zo snel klaar, dus 75 minuten. Als er 3 mensen helpen, duurt het 150/3 = 50 minuten.
Hierbij is het aantal mensen (X) en de tijd die het kost (Y) omgekeerd evenredig. De constante A is 150 (1 persoon * 150 minuten = 150; 2 personen * 75 minuten = 150).
De formule is dan Tijd=Aantal_mensen150 of Tijd⋅Aantal_mensen=150.
Als je een omgekeerd evenredig verband tekent in een grafiek, krijg je een speciale kromme lijn die een hyperbool heet.