Je gebruikt 180 graden bij hoekberekeningen in specifieke situaties, voornamelijk wanneer je te maken hebt met een gestrekte hoek of hoeken op een rechte lijn.
Een gestrekte hoek is een hoek die precies 180 graden is. Je kunt een gestrekte hoek zien als een rechte lijn met een punt ergens op die lijn. Als er vanuit dat punt een andere lijn vertrekt, wordt de gestrekte hoek verdeeld in twee of meer kleinere hoeken. De som van deze kleinere hoeken is altijd 180 graden.
Voorbeeld:
Stel je hebt een rechte lijn (een gestrekte hoek) en daarop ligt een punt. Vanuit dit punt loopt een lijn omhoog, waardoor twee hoeken ontstaan: hoek A en hoek B. Als je weet dat hoek A 70 graden is, dan kun je hoek B berekenen door hoek A af te trekken van 180 graden:
Hoek B = 180 graden - Hoek A
Hoek B = 180 graden - 70 graden
Hoek B = 110 graden
Dit principe wordt ook gebruikt bij supplementaire hoeken, wat twee hoeken zijn die samen 180 graden vormen.