Het startgetal (ook wel begingetal genoemd) van een lineaire formule is de waarde van y op het moment dat x nul is. In een grafiek is dit het punt waar de lijn de verticale as (de y-as) snijdt.
De algemene vorm van een lineaire formule is y=ax+b. Hierin is b het startgetal dat je wilt berekenen.
Om het startgetal (b) te berekenen, heb je de richtingscoëfficiënt (a) en één punt op de lijn (een x- en y-waarde) nodig.
Stap 1: Bepaal de richtingscoëfficiënt (a)
Als de richtingscoëfficiënt (a) nog niet bekend is, kun je deze berekenen met twee gegeven punten (x1,y1) en (x2,y2) op de lijn:
a=verandering in xverandering in y=x2−x1y2−y1
Voorbeeld: Stel, je hebt de punten A(4,3) en B(10,6).
De verandering in x is 10−4=6.
De verandering in y is 6−3=3.
Dan is a=63=0,5.
Stap 2: Bereken het startgetal (b)
Zodra je de richtingscoëfficiënt (a) weet, kun je één van de gegeven punten (bijvoorbeeld A(4,3)) invullen in de formule y=ax+b.
Voorbeeld:
We weten:
- De richtingscoëfficiënt a=0,5.
- Punt A(4,3), dus x=4 en y=3.
Vul deze waarden in de formule in:
3=0,5⋅4+b
Reken het product uit:
3=2+b
Om b te vinden, trek je 2 af van beide kanten van de vergelijking:
3−2=b
b=1
Het startgetal b is dus 1. Dit betekent dat als x=0, de y-waarde 1 is.
Je kunt dit ook intuïtief controleren door "terug te rekenen". Als bij x=4 de y=3 is, en de richtingscoëfficiënt a=0,5 betekent dat y met 0,5 verandert voor elke stap van 1 in x:
- Van x=4 naar x=0 zijn 4 stappen terug.
- De y-waarde verandert dan met 4×0,5=2.
- Omdat we teruggaan, trekken we dit af van de y-waarde bij x=4: 3−2=1.
Dus bij x=0 is y=1.