De rekenregels voor machten zijn formules die je helpen om bewerkingen uit te voeren met machten. Een belangrijke regel is die voor het vermenigvuldigen van machten met hetzelfde grondtal.
Regel 1: Vermenigvuldigen van machten met hetzelfde grondtal
Als je twee machten met hetzelfde grondtal (dat is het getal dat wordt vermenigvuldigd, bijvoorbeeld 'a') met elkaar vermenigvuldigt, tel je de exponenten (de kleine getallen boven het grondtal) bij elkaar op.
De formule hiervoor is:
ap×aq=ap+q
Voorbeeld:
Stel je wilt 102×103 uitrekenen.
Hier is het grondtal 'a' gelijk aan 10. De exponenten zijn 'p' = 2 en 'q' = 3.
Volgens de regel tel je de exponenten bij elkaar op: 2+3=5.
Dus, 102×103=102+3=105.
Dit betekent dat 10×10 (wat 100 is) vermenigvuldigd met 10×10×10 (wat 1000 is) gelijk is aan 100×1000=100.000. En 105 is inderdaad 10×10×10×10×10=100.000.