Het vermenigvuldigen van negatieve getallen volgt specifieke regels die bepalen of de uitkomst positief of negatief is.
De basisregels zijn:
- Positief getal × Positief getal = Positief getal (bijvoorbeeld 3×6=18)
- Positief getal × Negatief getal = Negatief getal (bijvoorbeeld 3×−6=−18)
- Negatief getal × Positief getal = Negatief getal (bijvoorbeeld −3×6=−18)
- Negatief getal × Negatief getal = Positief getal (bijvoorbeeld −3×−6=18)
Handige truc voor langere sommen:
Bij het vermenigvuldigen van meerdere getallen, waaronder negatieve, kun je de volgende stappen aanhouden:
- Vermenigvuldig eerst alle getallen met elkaar alsof ze allemaal positief zijn.
- Tel daarna het totale aantal mintekens in de oorspronkelijke som.
- Als het aantal mintekens even is (0, 2, 4, etc.), dan is de uiteindelijke uitkomst positief.
- Als het aantal mintekens oneven is (1, 3, 5, etc.), dan is de uiteindelijke uitkomst negatief.
Voorbeelden:
-
Voorbeeld 1: Negatief keer negatief
Bereken: −7×−3
- Vermenigvuldig de getallen: 7×3=21.
- Tel de mintekens: Er zijn twee mintekens (bij -7 en -3), wat een even aantal is.
- De uitkomst is dus positief: 21.
-
Voorbeeld 2: Positief keer negatief
Bereken: 5×−4
- Vermenigvuldig de getallen: 5×4=20.
- Tel de mintekens: Er is één minteken (bij -4), wat een oneven aantal is.
- De uitkomst is dus negatief: −20.
-
Voorbeeld 3: Meerdere getallen
Bereken: −2×3×−5
- Vermenigvuldig de getallen: 2×3×5=30.
- Tel de mintekens: Er zijn twee mintekens (bij -2 en -5), wat een even aantal is.
- De uitkomst is dus positief: 30.
-
Voorbeeld 4: Nog een voorbeeld met meerdere getallen
Bereken: −4×−2×6×−1
- Vermenigvuldig de getallen: 4×2×6×1=48.
- Tel de mintekens: Er zijn drie mintekens (bij -4, -2 en -1), wat een oneven aantal is.
- De uitkomst is dus negatief: −48.
-
Voorbeeld 5: Combinatie met optellen (rekenvolgorde)
Bereken: (−5×4)+(−3×−2)
- Voer eerst de vermenigvuldigingen uit:
−5×4=−20 (negatief keer positief is negatief)
−3×−2=6 (negatief keer negatief is positief)
- Voer daarna de optelling uit: −20+6=−14.
-
Voorbeeld 6: Lange vermenigvuldiging
Bereken: 7×(−2)×(−3)×(−1)
- Vermenigvuldig de getallen: 7×2×3×1=42.
- Tel de mintekens: Er zijn drie mintekens (bij -2, -3 en -1), wat een oneven aantal is.
- De uitkomst is dus negatief: −42.