Er zijn verschillende manieren om hoeken te berekenen, afhankelijk van het type driehoek en de beschikbare informatie.
-
Hoeken berekenen in algemene driehoeken (met de hoekensom):
De som van alle hoeken in elke driehoek is altijd 180∘. Als je twee hoeken van een driehoek weet, kun je de derde hoek berekenen door deze twee hoeken bij elkaar op te tellen en het resultaat van 180∘ af te trekken.
- Voorbeeld: Stel je hebt een driehoek met hoek A van 60∘ en hoek B van 70∘.
- Tel de bekende hoeken op: 60∘+70∘=130∘.
- Trek dit af van 180∘: 180∘−130∘=50∘.
- Hoek C is dus 50∘.
-
Hoeken berekenen in een rechthoekige driehoek:
Een rechthoekige driehoek heeft altijd één hoek van 90∘ (de rechte hoek). Dit betekent dat de som van de andere twee hoeken 180∘−90∘=90∘ moet zijn.
- Voorbeeld: Stel je hebt een rechthoekige driehoek. Je weet dat één hoek 90∘ is en een andere hoek 35∘.
- Tel de bekende hoeken op: 90∘+35∘=125∘.
- Trek dit af van 180∘: 180∘−125∘=55∘.
- De derde hoek is dus 55∘.
-
Hoeken berekenen met goniometrie (in rechthoekige driehoeken):
In rechthoekige driehoeken kun je ook goniometrische verhoudingen (sinus, cosinus, tangens) gebruiken als je de lengtes van zijden weet. Een handig ezelsbruggetje hiervoor is SOS-CAS-TOA:
- Sinus = Overstaande zijde / Schuine zijde
- Cosinus = Aanliggende zijde / Schuine zijde
- Tangens = Overstaande zijde / Aanliggende zijde
Met deze formules kun je een onbekende hoek berekenen als je de lengtes van twee zijden kent.
-
Hoeken berekenen in gelijkbenige driehoeken:
In een gelijkbenige driehoek zijn twee zijden even lang. De hoeken die tegenover deze gelijke zijden liggen (de basishoeken) zijn ook aan elkaar gelijk. De hoek tussen de twee gelijke zijden is de tophoek.
- Voorbeeld: Stel je hebt een gelijkbenige driehoek waarbij de tophoek 40∘ is.
- Trek de tophoek af van de totale hoekensom: 180∘−40∘=140∘.
- Verdeel de resterende hoeken over de twee gelijke basishoeken: 140∘/2=70∘.
- De twee basishoeken zijn dus elk 70∘.
Naast driehoeken kun je ook hoeken berekenen met gestrekte hoeken (een gestrekte hoek is 180∘) en door gebruik te maken van symmetrie in figuren.