Om het middelpunt en de straal van een cirkel te bepalen uit een gegeven vergelijking, moet je de vergelijking omzetten naar de standaardvorm van een cirkel. Deze standaardvorm is (x−a)2+(y−b)2=r2, waarbij (a,b) het middelpunt is en r de straal.
De methode die je hiervoor gebruikt, heet kwadraatafsplitsen.
Stappenplan voor het bepalen van het middelpunt en de straal:
Herschik de termen: Groepeer de termen met x bij elkaar en de termen met y bij elkaar. Verplaats alle constante termen naar de rechterkant van de vergelijking.
Kwadraatafsplitsen voor x: Neem de helft van de coëfficiënt van de x-term, kwadrateer dit getal en tel het aan beide kanten van de vergelijking op. Dit maakt van de x-termen een perfect kwadraat (x−a)2.
Kwadraatafsplitsen voor y: Doe hetzelfde voor de y-termen. Neem de helft van de coëfficiënt van de y-term, kwadrateer dit getal en tel het aan beide kanten van de vergelijking op. Dit maakt van de y-termen een perfect kwadraat (y−b)2.
Vereenvoudig de rechterkant: Tel alle constanten aan de rechterkant bij elkaar op. Dit resultaat is r2.
Lees het middelpunt en de straal af:
Het middelpunt (a,b) lees je af uit de haakjes (x−a)2 en (y−b)2. Let goed op de tekens: als er (x−3)2 staat, is a=3. Als er (y+2)2 staat, is b=−2 (want dit is (y−(−2))2).
De straal r is de wortel van het getal aan de rechterkant van de vergelijking (r=r2).
Voorbeeldopgave:
Gegeven de vergelijking van een cirkel: x2+y2−6x+4y−3=0
1. Herschik de termen:(x2−6x)+(y2+4y)=3
2. Kwadraatafsplitsen voor x:
De coëfficiënt van x is −6. De helft hiervan is −3. Het kwadraat van −3 is 9.
Tel 9 aan beide kanten op:
(x2−6x+9)+(y2+4y)=3+9
Dit wordt: (x−3)2+(y2+4y)=12
3. Kwadraatafsplitsen voor y:
De coëfficiënt van y is 4. De helft hiervan is 2. Het kwadraat van 2 is 4.
Tel 4 aan beide kanten op:
(x−3)2+(y2+4y+4)=12+4
Dit wordt: (x−3)2+(y+2)2=16
4. Vereenvoudig de rechterkant:
De rechterkant is al vereenvoudigd tot 16.
5. Lees het middelpunt en de straal af:
Vergelijk (x−3)2+(y+2)2=16 met de standaardvorm (x−a)2+(y−b)2=r2.
Voor de x-coördinaat van het middelpunt: (x−3)2 betekent dat a=3.
Voor de y-coördinaat van het middelpunt: (y+2)2 betekent dat (y−(−2))2, dus b=−2.
Voor de straal: r2=16, dus r=16=4.
Het middelpunt van de cirkel is dus (3,−2) en de straal is 4.