"Haakjes wegwerken" betekent dat je een uitdrukking met haakjes omzet naar een uitdrukking zonder haakjes door de termen met elkaar te vermenigvuldigen. Dit is een belangrijke stap bij het vereenvoudigen van algebraïsche uitdrukkingen.
De distributieve eigenschap
De distributieve eigenschap is een fundamenteel principe in de algebra dat uitlegt hoe je een factor die voor haakjes staat, verdeelt over de termen binnen die haakjes.
Als je een getal of variabele vermenigvuldigt met een som of verschil tussen haakjes, vermenigvuldig je dat getal of die variabele met elke term binnen de haakjes.
De algemene vorm is:
a(b+c)=a⋅b+a⋅c
en
a(b−c)=a⋅b−a⋅c
Voorbeeld 1: Eén term voor de haakjes wegwerken
Laten we de uitdrukking 4(3x+2) vereenvoudigen.
Hierbij is a=4, b=3x en c=2.
Volgens de distributieve eigenschap vermenigvuldigen we de 4 met zowel de 3x als de 2:
- Vermenigvuldig de 4 met de eerste term binnen de haakjes: 4×3x=12x
- Vermenigvuldig de 4 met de tweede term binnen de haakjes: 4×2=8
Tel de resultaten bij elkaar op: 12x+8.
Dus, 4(3x+2)=12x+8.
Als de uitdrukking langer is, zoals 4(3x+2)−5x+10, pas je eerst de distributieve eigenschap toe en combineer je daarna gelijksoortige termen:
4(3x+2)−5x+10
=(4×3x)+(4×2)−5x+10
=12x+8−5x+10
Nu combineer je de gelijksoortige termen (12x en −5x; 8 en 10):
=(12x−5x)+(8+10)
=7x+18
Haakjes wegwerken bij twee groepen haakjes (FOIL-methode)
Als je twee groepen haakjes met elkaar vermenigvuldigt, zoals (a+b)(c+d), moet je elk onderdeel van de eerste groep haakjes vermenigvuldigen met elk onderdeel van de tweede groep haakjes. Dit wordt vaak de 'FOIL'-methode genoemd (First, Outer, Inner, Last), maar je kunt het ook zien als de distributieve eigenschap twee keer toepassen.
De stappen zijn:
- Vermenigvuldig de eerste termen van elke groep haakjes.
- Vermenigvuldig de buitenste termen van de twee groepen haakjes.
- Vermenigvuldig de binnenste termen van de twee groepen haakjes.
- Vermenigvuldig de laatste termen van elke groep haakjes.
- Tel alle resultaten bij elkaar op.
- Combineer daarna gelijksoortige termen om de uitdrukking verder te vereenvoudigen.
Voorbeeld 2: Werk de haakjes weg in (x+3)(4−x) en laat zien dat dit −x2+x+12 wordt.
We passen de stappen toe op (x+3)(4−x):
- Eerste termen: x⋅4=4x
- Buitenste termen: x⋅(−x)=−x2
- Binnenste termen: 3⋅4=12
- Laatste termen: 3⋅(−x)=−3x
Nu tellen we al deze resultaten bij elkaar op:
4x−x2+12−3x
De volgende stap is het combineren van gelijksoortige termen. Gelijksoortige termen zijn termen die dezelfde variabele(n) met dezelfde exponent(en) hebben.
In onze uitdrukking 4x−x2+12−3x zijn de gelijksoortige termen:
- 4x en −3x (beide hebben alleen x tot de macht 1)
- −x2 (deze heeft x tot de macht 2, dus is niet gelijksoortig met 4x of −3x)
- 12 (dit is een constante term)
Combineer de x-termen:
4x−3x=(4−3)x=1x=x
Nu zetten we de termen in de standaardvolgorde (meestal de hoogste macht van de variabele eerst):
−x2+x+12
Hiermee hebben we laten zien dat (x+3)(4−x) inderdaad gelijk is aan −x2+x+12.