Hoe tel je breuken met hele getallen op?

Hoe tel je breuken met hele getallen op?

WiskundeWiskunde

Hoe tel je breuken met hele getallen op?

Hoe tel je breuken op, inclusief breuken met hele getallen?

Antwoord van Ainstein

Het optellen van breuken is een belangrijke vaardigheid in de wiskunde. De manier waarop je breuken optelt, hangt af van of de breuken dezelfde noemer (het getal onder de streep) hebben of niet. Als je breuken met hele getallen (gemengde getallen) wilt optellen, is de eerste stap om deze om te zetten naar onechte breuken.

1. Breuken optellen met dezelfde noemer: Als breuken dezelfde noemer hebben, is het optellen heel eenvoudig: je telt alleen de tellers (de getallen boven de streep) bij elkaar op en de noemer blijft hetzelfde.

  • Voorbeeld: 27+37=2+37=57\frac{2}{7} + \frac{3}{7} = \frac{2+3}{7} = \frac{5}{7}

2. Breuken optellen met verschillende noemers (inclusief breuken met hele getallen): Als breuken verschillende noemers hebben, of als er hele getallen bij de breuken staan, moet je ze eerst 'gelijknamig' maken. Dit betekent dat je ervoor zorgt dat alle breuken dezelfde noemer krijgen. Dit doe je door de kleinste gemeenschappelijke noemer (KGN) te vinden.

Stappenplan voor het optellen van breuken met verschillende noemers of hele getallen:

  1. Zet gemengde getallen om naar onechte breuken (indien aanwezig):

    • Een gemengd getal, zoals 2152\frac{1}{5}, zet je om door het hele getal te vermenigvuldigen met de noemer en de teller erbij op te tellen. De noemer blijft hetzelfde. Dit wordt ook wel 'helen in de breuk brengen' genoemd.
    • Voorbeeld: 235=(2×5)+35=10+35=1352\frac{3}{5} = \frac{(2 \times 5) + 3}{5} = \frac{10 + 3}{5} = \frac{13}{5}.
    • Voorbeeld: 147=(1×7)+47=7+47=1171\frac{4}{7} = \frac{(1 \times 7) + 4}{7} = \frac{7 + 4}{7} = \frac{11}{7}.
    • Als je bijvoorbeeld 235+1472\frac{3}{5} + 1\frac{4}{7} wilt optellen, begin je met het omzetten van beide gemengde getallen: 135+117\frac{13}{5} + \frac{11}{7}
  2. Vind de kleinste gemeenschappelijke noemer (KGN):

    • De KGN is het kleinste getal dat deelbaar is door alle noemers in de som.
    • Je vindt de KGN door de veelvouden van elke noemer op te schrijven totdat je het eerste getal vindt dat in alle rijtjes voorkomt.
    • Voorbeeld: Voor de noemers 5 en 7 (uit het voorbeeld 135+117\frac{13}{5} + \frac{11}{7}):
      • Veelvouden van 5: 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, ...
      • Veelvouden van 7: 7, 14, 21, 28, 35, ...
      • De KGN is 35.
    • Algemeen voorbeeld: Voor de noemers 5, 3 en 6:
      • Veelvouden van 5: 5, 10, 15, 20, 25, 30, ...
      • Veelvouden van 3: 3, 6, 9, 12, 15, 18, 21, 24, 27, 30, ...
      • Veelvouden van 6: 6, 12, 18, 24, 30, 36, ...
      • De KGN is 30.
    • Voorbeeld met variabelen: Voor de noemers 2a2a en 5a5a:
      • Veelvouden van 2a2a: 2a,4a,6a,8a,10a,...2a, 4a, 6a, 8a, **10a**, ...
      • Veelvouden van 5a5a: 5a,10a,15a,...5a, **10a**, 15a, ...
      • De KGN is 10a10a.
    • Voorbeeld met verschillende variabelen: Voor de noemers xx en yy:
      • De KGN is xyxy.
  3. Maak de breuken gelijknamig:

    • Vermenigvuldig de teller en de noemer van elke breuk met hetzelfde getal, zodat de noemer de KGN wordt.
    • Voorbeeld (met KGN 35 voor 135+117\frac{13}{5} + \frac{11}{7}):
      • 135\frac{13}{5}: Om van 5 naar 35 te gaan, vermenigvuldig je met 7. Dus 13×75×7=9135\frac{13 \times 7}{5 \times 7} = \frac{91}{35}.
      • 117\frac{11}{7}: Om van 7 naar 35 te gaan, vermenigvuldig je met 5. Dus 11×57×5=5535\frac{11 \times 5}{7 \times 5} = \frac{55}{35}.
    • Algemeen voorbeeld (met KGN 30):
      • 35\frac{3}{5}: Om van 5 naar 30 te gaan, vermenigvuldig je met 6. Dus 3×65×6=1830\frac{3 \times 6}{5 \times 6} = \frac{18}{30}.
      • 23\frac{2}{3}: Om van 3 naar 30 te gaan, vermenigvuldig je met 10. Dus 2×103×10=2030\frac{2 \times 10}{3 \times 10} = \frac{20}{30}.
      • 16\frac{1}{6}: Om van 6 naar 30 te gaan, vermenigvuldig je met 5. Dus 1×56×5=530\frac{1 \times 5}{6 \times 5} = \frac{5}{30}.
    • Voorbeeld met variabelen (met KGN 10a10a):
      • 132a\frac{13}{2a}: Om van 2a2a naar 10a10a te gaan, vermenigvuldig je met 5. Dus 13×52a×5=6510a\frac{13 \times 5}{2a \times 5} = \frac{65}{10a}.
      • 95a\frac{9}{5a}: Om van 5a5a naar 10a10a te gaan, vermenigvuldig je met 2. Dus 9×25a×2=1810a\frac{9 \times 2}{5a \times 2} = \frac{18}{10a}.
    • Voorbeeld met verschillende variabelen (met KGN xyxy):
      • 3x\frac{3}{x}: Om van xx naar xyxy te gaan, vermenigvuldig je met yy. Dus 3×yx×y=3yxy\frac{3 \times y}{x \times y} = \frac{3y}{xy}.
      • 4y\frac{4}{y}: Om van yy naar xyxy te gaan, vermenigvuldig je met xx. Dus 4×xy×x=4xxy\frac{4 \times x}{y \times x} = \frac{4x}{xy}.
  4. Tel de tellers op of trek ze af:

    • Nu alle breuken dezelfde noemer hebben, kun je de tellers bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken. De noemer blijft hetzelfde.
    • Volg de volgorde van de bewerkingen (van links naar rechts).
    • Voorbeeld (vervolg 235+1472\frac{3}{5} + 1\frac{4}{7}): 9135+5535=91+5535=14635\frac{91}{35} + \frac{55}{35} = \frac{91 + 55}{35} = \frac{146}{35}.
    • Algemeen voorbeeld: 1830+2030+530=18+20+530=4330\frac{18}{30} + \frac{20}{30} + \frac{5}{30} = \frac{18 + 20 + 5}{30} = \frac{43}{30}.
    • Voorbeeld met variabelen: 6510a+1810a=65+1810a=8310a\frac{65}{10a} + \frac{18}{10a} = \frac{65 + 18}{10a} = \frac{83}{10a}.
    • Voorbeeld met verschillende variabelen (aftrekken): 3yxy4xxy=3y4xxy\frac{3y}{xy} - \frac{4x}{xy} = \frac{3y - 4x}{xy}.
  5. Vereenvoudig de uitkomst (indien mogelijk):

    • Als de uitkomst een onechte breuk is (teller groter dan noemer), kun je deze omzetten naar een gemengd getal.
    • Vereenvoudig de breuk door de teller en de noemer te delen door hun grootste gemeenschappelijke deler.
    • Voorbeeld (vervolg 235+1472\frac{3}{5} + 1\frac{4}{7}): 14635\frac{146}{35} kan worden geschreven als een gemengd getal: 46354\frac{6}{35} (want 146÷35=4146 \div 35 = 4 met rest 6).
    • Algemeen voorbeeld: 4330\frac{43}{30} kan worden geschreven als een gemengd getal: 113301\frac{13}{30} (want 43÷30=143 \div 30 = 1 met rest 13).
    • Voorbeeld met variabelen: 8310a\frac{83}{10a} kan niet verder worden vereenvoudigd, omdat 83 een priemgetal is en geen gemeenschappelijke factoren heeft met 10a10a.
    • Voorbeeld met verschillende variabelen: 3y4xxy\frac{3y - 4x}{xy} kan niet verder worden vereenvoudigd, tenzij xx of yy een factor is van zowel 3y3y als 4x4x (wat hier niet het geval is).

Samenvattend: De sleutel tot het optellen van breuken is ervoor zorgen dat ze dezelfde noemer hebben. Als ze die al hebben, tel je de tellers op. Zo niet, dan maak je ze gelijknamig via de KGN en pas je de tellers aan voordat je ze optelt. Bij breuken met hele getallen zet je deze eerst om naar onechte breuken.

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining