Ties is aan het sparen voor een nieuw computerspelletje. Dit spelletje kost 60 euro. Ties krijgt iedere week 2,50 euro zakgeld. Hij heeft al 20 euro gespaard.
Ties wil graag weten hoe lang hij nog moet sparen om het nieuwe computerspelletje te kunnen kopen.
a. Stel een formule op voor het spaarbedrag van Ties.
b. Maak een tabel bij deze formule
c. Hoe lang duurt het nog voordat Ties van zijn gespaarde zakgeld het computerspelletje kan kopen?
Julie, het zusje van Ties, heeft al 30 euro gespaard. Zijn zusje krijgt 1,50 euro zakgeld per week.
Ties vraagt zich af wie van hen als eerste 60 euro gespaard heeft.
d. Stel een formule op voor het spaarbedrag van Julie.
e. Maak een tabel bij deze formule.
f. Wie heeft als eerste 60 euro gespaard?
g. Teken de grafiek die hoort bij de formule van Ties.
h. Teken in dezelfde figuur de grafiek die hoort bij de formule van Julie.
i. Wanneer hebben Ties en Julie evenveel geld? Hoeveel geld hebben ze dan?














