Wat is de voornaamste functie van de persoonsvorm in een zin?
Leerdoelen
•Je kent de regels van werkwoordspelling en kunt deze toepassen.
Persoonsvorm in de verleden tijd
De persoonsvorm in de verleden tijd verandert bij zwakke werkwoorden op basis van de regels van 't kofschip. 'T kofschip is een ezelsbrug die je helpt te onthouden wanneer je een stemloze T of een stemhebbende D gebruikt.
Het gebruik van T
'T kofschip verwijst naar de medeklinkers die stemloos zijn (k, f, s, ch, p) en ook belangrijke regels volgen. Spelling volgt uitspraak: als je de medeklinkers uitspreekt, gebruik je je stembanden niet. Dit betekent dat als een werkwoord op een van deze letters eindigt, je in de verleden tijd een T gebruikt.
Het gebruik van D
Als de stam van een werkwoord eindigt op een andere medeklinker of een klinker, dan gebruik je de stemhebbende D in de verleden tijd.
•Voorbeeld
Verhuizen: stam eindigt op Z → verleden tijd is verhuisde.
Belasten: stam eindigt op T → verleden tijd is belastte (met dubbele ‘t’, omdat de stam eindigt op een ‘t’).
Sterke en zwakke werkwoorden
Sterke werkwoorden veranderen de klank in de verleden tijd.
•Voorbeelden:
Ik blijf → Ik bleef.
Ik graaf → Ik groef.
Veel Nederlandse werkwoorden veranderen tegenwoordig van sterk naar zwak. Zwakke werkwoorden volgen de regels van het kofschip. Kijk altijd naar de stam:
•Lach (oorspronkelijke verleden tijd was loeg, tegenwoordig is het lachte).
Als je twijfelt over de verleden tijd van een werkwoord, kun je altijd de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal raadplegen op woordenlijst.org. Hier vind je de correcte vervoegingen.
Voltooid en onvoltooid deelwoorden
Voltooid deelwoord: Dit is het werkwoord dat eindigt op -d of -t en dat wordt gebruikt in combinatie met hulpwerkwoorden (zoals 'hebben' en 'zijn').
•Voorbeeld: Ik ben verhuisd (van verhuizen wordt het voltooid deelwoord verhuisd).
Onvoltooid deelwoord: dit is de grondvorm van het werkwoord met -d. Gebruik altijd de hele werkwoordsvorm plus -d.
•Voorbeeld: Heigend, puffend, steunend, kreunend.
Gebiedende wijs en hele werkwoord
De gebiedende wijs is de ik-vorm van het werkwoord.
•Voorbeeld: luister, huiver, zit, sta. Hier is geen onderwerp, maar het is wel een opdracht.
Een speciale opmerking betreft het werkwoord zijn; de gebiedende wijs is wees.
Afgeleiden bijvoeglijke naamwoorden
Je hebt bijvoeglijke naamwoorden die zijn afgeleid van werkwoorden:
•Voorbeelden:
Het aflopende jaar
Het afbrandende huis
De gefotografeerde man
Bijvoeglijke naamwoorden zijn dus vaak afgeleid van een voltooid of onvoltooid deelwoord. Ze volgen de spellingregels van deze deelwoorden.














