Hoe werkt de kofschipregel?

Hoe werkt de kofschipregel?

NederlandsNederlands

Hoe werkt de kofschipregel?

Hoe werkt de kofschipregel en hoe bepaal je of een voltooid deelwoord in het Nederlands op een 'd' of 't' eindigt, en hoe verschilt dit van de regels voor het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden in het Duits?

Antwoord van Ainstein

De kofschipregel (ook wel fokschaapregel genoemd) is een handig ezelsbruggetje in de Nederlandse grammatica om te bepalen of het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord op een 'd' of een 't' eindigt. Een zwak werkwoord is een werkwoord waarvan de klank van de stam niet verandert in de verleden tijd (bijvoorbeeld: 'ren' wordt 'rende', de 'e' klank blijft hetzelfde).

Toepassing van de kofschipregel in het Nederlands:

  1. Haal de uitgang '-en' van het hele werkwoord af om de stam te vinden.
  2. Kijk naar de laatste letter van deze stam.
  3. Eindigt de stam op een letter uit 't kofschip (k, f, s, ch, p, t)? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -t.
    • Voorbeeld: Het werkwoord 'werken'. De stam is 'werk'. De laatste letter 'k' zit in 't kofschip. Het voltooid deelwoord is dus 'gewerkt'.
  4. Eindigt de stam niet op een letter uit 't kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -d.
    • Voorbeeld: Het werkwoord 'leven'. De stam is 'lev'. De laatste letter 'v' zit niet in 't kofschip. Het voltooid deelwoord is dus 'geleefd'.

Voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden in het Duits: In het Duits wordt de kofschipregel niet gebruikt voor zwakke werkwoorden. Bij zwakke werkwoorden in het Duits eindigt het voltooid deelwoord in principe altijd op een 't'. De basisvorming is ge- + stam + t.

  • Voorbeeld: Het werkwoord 'spielen' (spelen). De stam is 'spiel'. Het voltooid deelwoord is 'gespielt'.

Er zijn echter enkele uitzonderingen en aanvullende regels voor het vormen van het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden in het Duits:

  1. Extra 'e' bij stam op 'd' of 't': Als de stam van een zwak werkwoord eindigt op een 'd' of een 't', dan komt er een extra 'e' tussen de stam en de 't'.
    • Voorbeeld: Het werkwoord 'reden' (praten). De stam is 'red'. Het voltooid deelwoord is 'geredet'.
  2. Geen 'ge-' bij bepaalde voorvoegsels of uitgangen:
    • Werkwoorden die beginnen met onscheidbare voorvoegsels zoals 'be-', 'ge-', 'ent-', 'er-', 'miss-', 'ver-', 'zer-' krijgen geen 'ge-'.
      • Voorbeeld: Het werkwoord 'verkaufen' (verkopen). Het voltooid deelwoord is 'verkauft'.
    • Werkwoorden die eindigen op '-ieren' krijgen ook geen 'ge-'.
      • Voorbeeld: Het werkwoord 'notieren' (noteren). Het voltooid deelwoord is 'notiert'.
Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerd materiaal


Werkwoordspelling persoonsvorm verleden tijd en overig

Onderwerp

Zwakke (regelmatige) werkwoorden vervoegen

Onderwerp

Zwakke werkwoorden voltooid deelwoord

Onderwerp

Het voltooid deelwoord van zwakke (regelmatige) werkwoorden

Onderwerp

Het voltooid deelwoord - zwakke werkwoorden met een stam op -d of -t

Onderwerp

Samen oefenen het voltooid deelwoord hoofdregel

Onderwerp

Gerelateerde vragen