Veelgestelde vragen over Blok 2
Hoe analyseer ik een tekst?
Hoe herken je verbanden tussen alinea's?
Wat zijn de belangrijkste onderdelen van leesvaardigheid?
Hoe schrijf ik een uiteenzetting?
Hoe oefen ik spelling met een dictee?
Hoe structureer ik een formele e-mail met alinea's en witregels?
Hoe bedenk ik een pakkende titel voor een tekst?
Hoe gebruik je de bezitsvorm in het Engels?
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Wat zijn titels en tussenkopjes?
Hoe herken en benoem ik woordsoorten in een zin?
Wat is de gebiedende wijs?
Hoe kan ik mijn woordenschat uitbreiden?
Hoe zet je een zin van de present perfect in de simple past?
Wat zijn hoofd- en bijzinnen in het Nederlands?
Wat is een onvoltooid deelwoord?
Wat zijn nevenschikkende voegwoorden?
Hoe vind je de hoofdgedachte of hoofdzaken in een tekst?
Welke signaalwoorden horen bij een concluderend verband?
Wat zijn deelonderwerpen in een tekst?
Waar staat de hoofdgedachte van een tekst?
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden met nadruk?
Welke tekstverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Mag een werkwoord in het onderwerp van een tekst staan?
Wat is een werkwoordelijk gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp?
Welke zinsverbanden zijn er en hoe herken je ze?
Wat zijn de belangrijkste spellingsregels?
Wat zijn voegwoorden?
Hoe vervoeg je werkwoorden in de tegenwoordige en verleden tijd?
Wat is een signaalwoord?
Wat is het verschil tussen een grammaticaal onderwerp en het onderwerp van een tekst?
Wat is het verschil tussen nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden?
Hoe helpen signaalwoorden mij een Franse tekst te begrijpen?
Wanneer gebruik je een koppelteken?
Hoe herken ik tekstsoorten in het Frans?
Hoe bepaal je de functie van een tekst?
Hoe vind ik de kernzin van een tekst?
Wat is een persoonsvorm en hoe vind je deze in een zin?
Wanneer gebruik je 's of s in het Nederlands?
Welke signaalwoorden horen bij opsommend en chronologisch tekstverband?
Hoe maak ik een samenvatting?
Wat is het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?
Hoe vind je de hoofdzaken van een alinea?
Hoe maak ik de inleiding van een uiteenzetting boeiend?
Wat is een opsommend verband?
Wat is het verschil tussen globaal en intensief lezen?
Hoe benoem je zinsdelen en vind je de persoonsvorm?
Hoe bepaal en formuleer je het onderwerp van een tekst?