Vul de lege velden in met de juiste vorm van avoir of être.
De werkwoorden avoir en être
In deze samenvatting worden de veelgebruikte Franse werkwoorden avoir en être besproken, die respectievelijk 'hebben' en 'zijn' betekenen. Aan het einde van deze samenvatting ken je de betekenis en de vervoegingen van deze werkwoorden en kun je Franse zinnen maken met deze werkwoorden
Leerdoelen
•Ik ken de betekenis van de werkwoorden avoir en être.
•Ik kan de rijtjes van avoir en être vervoegen.
•Ik ken belangrijke constructies die met avoir en être worden gemaakt.
Het werkwoord avoir
Laten we beginnen met het werkwoord 'avoir', wat 'hebben' betekent in het Nederlands. Het werkwoord rijtje hiervan is als volgt:
•Ik heb: J'ai
•Jij hebt: Tu as
•Hij, zij, men heeft: Il, elle, on a
•Wij hebben: Nous avons
•Jullie hebben: Vous avez
•Zij hebben: Ils, elles ont

Om het rijtje te onthouden, zijn er verschillende liedjes en raps beschikbaar op YouTube. Zoek maar eens op avoir en je vindt ze!
Het werkwoord être
Het volgende werkwoord is 'être', wat 'zijn' betekent in het Nederlands. Het rijtje hiervan is:
•Ik ben: Je suis
•Jij bent: Tu es
•Hij, zij, men is: Il, elle, on est
•Wij zijn: Nous sommes
•Jullie zijn: Vous êtes
•Zij zijn: Ils, elles sont

Net als met avoir, zijn er ook verscheidene liedjes en raps op YouTube die je kunnen helpen bij het onthouden van dit rijtje. Zoek maar eens op être!
Veelvoorkomende zinnen
Er zijn een aantal vaak voorkomende zinnetjes met avoir en être die handig zijn om te kennen.
Zinnetjes met avoir:
•Leeftijden worden uitgedrukt met avoir. Bijvoorbeeld, 'Ik ben 15 jaar oud' wordt vertaald als 'J'ai 15 ans', wat letterlijk 'Ik heb 15 jaar' betekent.
•Jezelf voorstellen kan ook met avoir. 'Ik heb een broer en een zus', wordt 'J'ai un frère et une soeur'. Zo ook 'Ik heb blauwe ogen en bruin haar': 'J'ai les yeux bleus et les cheveux bruns'.
Zinnetjes met être:
•Vragen als 'Wat is jouw adres?' of 'Wat is zijn/haar favoriete dier?' worden gevormd met être: 'Quelle est ton adresse?' en 'Quel est son animal préféré?'.
•Jezelf beschrijven doe je ook met être. 'Ik ben groot' wordt 'Je suis grand(e)', afhankelijk van je geslacht, en 'Ik ben aardig' wordt 'Je suis gentil(le)'.














