Hoe vervoeg je être en avoir?
Hoe vervoeg je être en avoir?
Hoe vervoeg je de werkwoorden être en avoir in het Frans?
Antwoord van Ainstein
De werkwoorden 'être' (zijn) en 'avoir' (hebben) zijn twee van de belangrijkste en meest gebruikte werkwoorden in het Frans. Ze zijn onregelmatig, wat betekent dat ze niet een standaardpatroon volgen bij het vervoegen. Hieronder vind je de vervoegingen in de tegenwoordige tijd (présent):
Vervoeging van 'avoir' (hebben) in de tegenwoordige tijd (présent):
- J'ai (ik heb)
- Tu as (jij hebt)
- Il/Elle/On a (hij/zij/men heeft)
- Nous avons (wij hebben)
- Vous avez (jullie hebben/u heeft)
- Ils/Elles ont (zij hebben)
Let op de elisie bij 'J'ai': De vorm voor 'ik heb' is 'J'ai', niet 'Je ai'. Dit komt door een regel in het Frans die 'elision' heet. De 'e' van 'je' valt weg en wordt vervangen door een apostrof ('), omdat het volgende woord ('ai') met een klinker begint. Dit maakt de uitspraak vloeiender.
Vervoeging van 'être' (zijn) in de tegenwoordige tijd (présent):
- Je suis (ik ben)
- Tu es (jij bent)
- Il/Elle/On est (hij/zij/men is)
- Nous sommes (wij zijn)
- Vous êtes (jullie zijn/u bent)
- Ils/Elles sont (zij zijn)
- Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
- Stel vragen en krijg direct antwoord
- Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining

Gerelateerde vragen
Vind antwoorden op vragen die gerelateerd zijn aan dit onderwerp.