Vul de lege velden in met de juiste vorm van het aanwijzend voornaamwoord
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wanneer je het aanwijzend voornaamwoord moet gebruiken.
•Je kunt het juiste aanwijzend voornaamwoord gebruiken.
•Je kunt het verschil tussen de aanwijzende voornaamwoorden mét en zonder het zelfstandig naamwoord in de zin benoemen.
Wat is een aanwijzend voornaamwoord?
Aanwijzende voornaamwoorden in het Nederlands zijn woorden zoals 'deze', 'die', 'dat' en 'dit'. Denk bijvoorbeeld aan 'deze geweldige slipper' of 'die moeilijke opdrachten'. Het zijn dus woorden die we gebruiken om specifieke dingen of personen aan te wijzen. In het Frans hebben we verschillende aanwijzende voornaamwoorden, namelijk: 'ce', 'cet', 'cette' en 'ces'.

De verschillende Franse aanwijzende voornaamwoorden
1.Ce is de mannelijke, enkelvoudige vorm en wordt gebruikt als basis. Voorbeelden hiervan zijn 'ce garçon' (deze jongen), 'ce chien' (die hond) en 'ce livre' (dat boek). De betekenis kan een beetje variëren, afhankelijk van de context, dus het kan zowel 'deze' als 'die' betekenen.
2.Cet wordt ook gebruikt voor het mannelijk enkelvoud, maar dan bij woorden die beginnen met een klinker of een Franse 'h'. Bijvoorbeeld, 'cet appartement' (dit appartement) en 'cet homme' (deze man).
3.Cette wordt gebruikt voor het vrouwelijk enkelvoud. Enkele voorbeelden zijn 'cette dame' (deze dame) en 'cette idée' (dat idee).
4.Ces wordt gebruikt voor zowel mannelijk als vrouwelijk meervoud. Voorbeelden zijn 'ces garçons' (deze jongens) en 'ces filles' (die meisjes).
Let op! Bij de uitspraak van het Frans wordt de laatste medeklinker meestal niet uitgesproken. Dus 'ces' klinkt als 'ce'.
Deze voornaamwoorden staan meestal direct voor het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen, zoals in de voorbeelden.
Aanwijzende voornaamwoorden zonder zelfstandig naamwoord
Soms kan een aanwijzend voornaamwoord ook gebruikt worden zonder een zelfstandig naamwoord. Dit gebeurt wanneer het voornaamwoord teruggrijpt op iets dat eerder in de zin of de tekst is genoemd.
In deze situaties maken we gebruik van 'celui', 'ceux', 'celle' en 'celles'.
1.Celui vervangt een mannelijk, enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
2.Ceux wordt gebruikt voor mannelijk meervoud.
3.Celle wordt gebruikt voor vrouwelijk enkelvoud.
4.Celles wordt gebruikt voor vrouwelijk meervoud.
Bij deze woorden kunnen we 'ci' (hier) of 'là' (daar) toevoegen om aan te duiden welke specifiek wordt aangewezen. Bijvoorbeeld, in de zin: "Welk huis heeft je voorkeur? Deze hier of die daar?", zou je in het Frans zeggen: "Quelle maison préfères-tu? Celle-ci ou celle-là?"














