Wat veroorzaakt diarree bij mensen met lactose-intolerantie?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe resorptie werkt.
•Je kunt de rol van het darmepitheel uitleggen bij resorptie.
•Je kunt de rol van natrium-kaliumpomp uitleggen bij resorptie.
Resorptie en de dunne darm
Resorptie vindt vooral plaats in de dunne darm. Dit is te wijten aan de structuur van de dunne darm, die enorm geplooid is met darmvlokken, die op hun beurt bestaan uit epitheelcellen voorzien van microvilli. De structuur hiervan (zoals hieronder te zien) vergroot het oppervlak, wat de resorptie bevordert. Bovendien is de dunne darm rijk doorbloed en heeft talrijke lymfevaten, die onder andere vetten opnemen.

Drie methoden van resorptie
Er zijn drie primaire methoden voor het absorberen van nutriënten in het lichaam:
•diffusie door membraan
•diffusie door porie-eiwitten/membraaneiwitten
•actief transport
De eerste methode, diffusie door membraan, houdt in dat vetachtige stoffen, zoals monoglyceride en sommige vitamines die in vet oplossen, direct door het membraan kunnen gaan.
De tweede manier, diffusie door porie-eiwitten/membraaneiwitten, wordt doorgaans gebruikt voor grotere moleculen, maar nog steeds afhankelijk van het concentratieverschil – water en vitamines zijn hier voorbeelden van. Deze diffusie kost geen energie.
In de derde manier, actief transport, speelt de natrium-kaliumpomp een rol.

Natrium-kaliumpomp en resorptie
Actief transport maakt gebruik van speciale transporteiwitten; voorbeelden van stoffen die op deze manier worden getransporteerd zijn monosachariden, aminozuren en diverse mineralen. Transporteiwitten zijn afhankelijk van de natrium-kaliumpomp. Deze pomp dwingt natrium vanuit cellen naar buiten, waardoor de natriumconcentratie buiten de cel enorm toeneemt. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat natrium weer snel naar binnen wil, hetgeen helpt bij het inwendig transport van nutriënten zoals glucose, door middel van transporteiwitten. Dit brengt op zijn beurt de osmotische waarde in de cel omhoog, wat ervoor zorgt dat water volgt.

Vetresorptie en gal
Gal speelt een belangrijke rol bij de vetresorptie. Galzouten verhogen de oplosbaarheid van vetten. De afbraakproducten van vetten, vetzuren en monoglyceriden, samen met de galzouten, vormen minuscule belletjes of micellen, die naar de microvilli worden getransporteerd. Eenmaal aangekomen laten de galzouten los en gaan de vetten de cellen in, waar ze opnieuw triglyceriden vormen, wat leidt tot de vorming van lipoproteïnen (chylomicronen) die door exocytose de cel verlaten en in de lymfe terechtkomen.

De dikke darm en de rol bij resorptie
In de dikke darm wordt voornamelijk water en enkele mineralen opgenomen. Het bloed uit het eerste deel van de dikke darm komt als eerst langs de poortader en wordt dus ‘gecheckt’ door de lever. Het bloed vanuit de endeldarm komt echter niet eerst langs de poortader.
De dikke darm herbergt ook ontelbare bacteriën die diverse vitamines produceren en suikers consumeren, zoals bij personen met lactose-intolerantie.

Lactose intolerantie
Lactose-intolerante mensen kunnen het enzym lactase niet maken. Hierdoor blijft de melksuiker lactose in de darmen zitten, wat ervoor zorgt dat de osmotische waarde in de darmholte hoog blijft. Dit belemmert de waterresorptie en leidt tot diarree. De bacteriën in de darmen breken de overgebleven suikers af, dit leidt tot gasvorming. Karnemelk of yoghurt werkt beter voor deze mensen omdat deze al bacteriën bevatten die de melksuikers voor consumptie afbreken, waardoor er minder melksuiker in de darmen komt.














