In perifere landen werkt het grootste deel van de bevolking in de landbouw, voornamelijk zelfvoorzienend. Soms vestigen buitenlandse bedrijven zich daar, wat zorgt voor banen in fabrieken en een groei in commerciële landbouw gericht op export. Hierdoor neemt de welvaart toe en verschuift het land richting semi-perifeer.
Wanneer de welvaart verder stijgt, verschuiven banen naar de dienstensector. In rijke landen (centrumlanden) werkt het grootste deel van de bevolking in diensten zoals onderwijs, zorg, horeca en winkels. Tegelijkertijd daalt het aantal banen in de industrie door automatisering en verplaatsing van fabrieken naar landen met lagere lonen. Deze verandering van landbouw naar industrie en vervolgens naar diensten vindt wereldwijd plaats, ook in Nederland.
