Om een wortel als een macht te schrijven, gebruik je gebroken exponenten. De algemene regel is dat de n-de wortel van een getal x geschreven kan worden als xn1.
De meest voorkomende wortel is de vierkantswortel (de tweede wortel), zoals x. Deze kun je schrijven als x21.
De derdemachtswortel, 3x, schrijf je als x31.
Over het algemeen geldt: nx=xn1.
Als er al een macht onder de wortel staat, bijvoorbeeld nxm, dan wordt dit xnm.
Voorbeeld:
Stel je wilt de uitdrukking x3⋅x schrijven als een macht van x.
Schrijf de wortel als een macht: x=x21.
De uitdrukking wordt dan x3⋅x21.
Bij het vermenigvuldigen van machten met hetzelfde grondtal tel je de exponenten bij elkaar op: x3+21.
Reken de exponent uit: 3+21=26+21=27.
Dus, x3⋅x=x27.
Dit principe helpt je om wortels te herleiden naar machten, wat handig is bij het vereenvoudigen van algebraïsche uitdrukkingen.