Wederkerende werkwoorden, in het Frans 'les verbes pronominaux' genoemd, zijn werkwoorden die je vaak gebruikt om dagelijkse routines aan te geven, zoals 'zich wassen' of 'zich amuseren'. Het kenmerkende is dat ze in het Nederlands altijd vergezeld gaan van 'zich' en in het Frans van 'se'.
Een bekend voorbeeld is 's'appeler', wat 'heten' of 'zich noemen' betekent. Je zegt dan bijvoorbeeld 'Je m'appelle' (Ik heet).
Het woordje 'se' verandert afhankelijk van de persoon die je gebruikt. Dit noemen we het wederkerend voornaamwoord. Hier zijn voorbeelden van hoe 'se' verandert bij het werkwoord 'se laver' (zich wassen) in de tegenwoordige tijd:
- 'Je me lave' - Ik was me
- 'Tu te laves' - Jij wast je
- 'Il/elle/on se lave' - Hij/Zij/Men wast zich
- 'Nous nous lavons' - Wij wassen ons
- 'Vous vous lavez' - Jullie/U wassen jullie/u
- 'Ils/elles se lavent' - Zij wassen zich
Veel van deze werkwoorden eindigen in het Frans op '-er'. Bij het vervoegen van een wederkerend werkwoord op '-er' in de tegenwoordige tijd, voeg je voor 'Je' (Ik) een '-e' toe aan de stam van het werkwoord, en daarvoor komt dan het wederkerende voornaamwoord.
Enkele andere veelvoorkomende wederkerende werkwoorden zijn:
- se lever (opstaan)
- se réveiller (wakker worden)
- se rappeler (zich herinneren)
- s'amuser (zich amuseren)
- se coucher (naar bed gaan)