Structurele groei is eigenlijk een beetje zoals je huis groter en beter maken, zodat je er meer spullen in kwijt kunt of meer mensen kunt ontvangen. In de economie betekent het dat de basis van een land sterker en groter wordt. Die basis noemen we de 'structuurkant' van de economie, en die bestaat uit de productiefactoren. Denk aan:
- Arbeid: Meer mensen die kunnen werken, of mensen die beter geschoold zijn.
- Kapitaal: Meer machines, fabrieken of betere technologie.
- Natuur: Meer grondstoffen of efficiënter gebruik van land.
- Ondernemerschap: Meer slimme ideeën en bedrijven die nieuwe dingen bedenken.
Als deze productiefactoren verbeteren of toenemen, kan een land op de lange termijn meer produceren en wordt het welvarender. Bijvoorbeeld, als een land van veel landbouw (primaire sector) overgaat naar meer industrie (secundaire sector) of diensten (tertiaire sector), dan is dat ook een vorm van structuurontwikkeling die leidt tot meer welvaart.