Translatie is het proces waarbij de genetische informatie die in het mRNA (messenger-RNA) zit, wordt omgezet in een eiwit. Zie het als het vertalen van een code (de mRNA-sequentie) naar een bouwplan (de aminozuurvolgorde van een eiwit). Deze aminozuurvolgorde bepaalt uiteindelijk hoe het eiwit eruitziet en wat het doet.
Het proces van translatie begint altijd met het mRNA dat wordt gelezen vanaf de 5'-kant. Het ribosoom, een soort moleculaire machine, speelt hierbij een centrale rol. Het ribosoom heeft drie belangrijke plekken: de A-plek (ingang), de P-plek (proces) en de E-plek (uitgang).
De eerste stap is dat het ribosoom het startcodon AUG op het mRNA herkent. Dit startcodon codeert altijd voor het aminozuur methionine. Nadat het startcodon AUG is herkend en de A-plek vrijkomt, komt er een speciaal tRNA-molecuul (transfer-RNA) aan. Dit tRNA-molecuul heeft aan de ene kant een anticodon dat complementair is aan het codon op het mRNA, en aan de andere kant draagt het het bijbehorende aminozuur.
Het tRNA met methionine (het aminozuur van het startcodon) bindt zich aan de P-plek van het ribosoom. Vervolgens bindt het volgende tRNA-molecuul, met het bijbehorende aminozuur voor het tweede codon, aan de A-plek.