Leerdoelen
•Je kunt het proces van translatie beschrijven.
•Je kunt RNA vertalen naar een eiwit met behulp van de BiNaS.
•Je kunt transfer-RNA en het bijbehorende anticodon bepalen.
Codons en hun rol in translatie
Een kernbegrip in dit proces is het codon, een reeks van drie nucleotiden op het mRNA die elk coderen voor een specifiek aminozuur. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en de volgorde waarin ze worden aaneengeregen bepaalt de uiteindelijke structuur en functie van het eiwit. Een voorbeeld van een codon is UUU, dat codeert voor het aminozuur fenylalanine. Hierbij kan je BiNaS tabel 71G gebruiken.

Start- en stopcodons zijn speciale codons die het begin en het einde van de eiwitsynthese aangeven. Het startcodon AUG markeert altijd het begin van een eiwit en codeert voor het aminozuur methionine. Stopcodons zoals UAA, UAG en UGA geven aan dat de aminozuurketen af is en het eiwit klaar is voor de volgende fase.
Transfer RNA: De brug tussen mRNA en aminozuren
Een ander cruciale speler is het transfer-RNA (tRNA), dat de taak heeft de juiste aminozuren aan te leveren tijdens de translatie. Het bezit een specifieke sequentie, het anticodon, dat complementair is aan het codon op het mRNA (wat in het DNA de coderende streng voorstelt). Dit zorgt ervoor dat de correcte aminozuren gekoppeld worden aan de groeiende polypeptideketen.

De rol van ribosomen in de translatie
Translatie vindt plaats op de ribosomen, complexe moleculaire machines binnen de cel die uit twee subeenheden bestaan en drie belangrijke plaatsen hebben: A (ingang), P (proces) en E (uitgang). Dit proces loopt als volgt:
1.Het mRNA wordt gelezen vanaf de 5'-kant. Op de A-plek komt een codon vrij, waar het juiste anticodon van een tRNA-molecuul met een aminozuur aan bindt.
2.De binding tussen het nieuwe aminozuur en de rest van de aminozuurketen wordt nu gemaakt.
3.Het ribosoom schuift door en met dit doorschuiven wordt het tRNA dat op E-plek zat uit het construct gegooid.

Van RNA tot eiwit: een continu proces
Als het ribosoom het startcodon eenmaal herkent, begint het met de synthese door aminozuren één voor één toe te voegen tot een stopcodon wordt bereikt, wat het einde van het proces aangeeft. Speciale release factoren herkennen deze stopcodons en helpen bij het loskoppelen van het voltooide eiwit. Daarna kan het ribosoom opnieuw beginnen, continu bijdragend aan de eiwitproductie binnen de cel.
Als er meerdere ribosomen tegelijkertijd aan een stukje mRNA werken, wordt dit ook wel een polyribosoom genoemd.

Post-translationale modificatie
Na synthese kunnen eiwitten verder gemodificeerd worden in het endoplasmatisch reticulum (ER) en Golgi-systeem, waar ze gevouwen, gesorteerd en getransporteerd worden voor verschillende functies binnen of buiten de cel.

Determinatie van de leesrichting
Een interessant aspect is het identificeren van de leesrichting op het mRNA. Dit wordt bepaald door de oriëntatie van het startcodon AUG; de 5'-kant van het mRNA is waar de translatie begint. Dit kleine detail verzekert dat het ribosoom de juiste aminozuurvolgorde aanhoudt vanaf het begin.





