Een genetische code tabel, zoals tabel 71G in je BiNaS, is een essentieel hulpmiddel om te bepalen welk aminozuur hoort bij een specifieke reeks van drie nucleotiden, ook wel een codon genoemd. Elk codon codeert voor één specifiek aminozuur of een stopteken.
Hieronder volgt een stap-voor-stap uitleg over hoe je de tabel gebruikt:
-
Zoek het codon op het mRNA: Je hebt een codon nodig, dat is een reeks van drie opeenvolgende stikstofbasen op een mRNA-molecuul. Bijvoorbeeld: C-A-G.
-
Vind de eerste base: Kijk aan de linkerkant van de grote tabel. Daar zie je de vier mogelijke eerste basen (U, C, A, G). Zoek de rij die overeenkomt met de eerste base van je codon (in ons voorbeeld: C).
-
Vind de tweede base: Kijk bovenaan de tabel. Daar zie je ook de vier mogelijke tweede basen (U, C, A, G). Zoek de kolom die overeenkomt met de tweede base van je codon (in ons voorbeeld: A).
-
Lokaliseer het grote vakje: Waar de rij van de eerste base (C) en de kolom van de tweede base (A) elkaar kruisen, vind je een groter vak. Dit vak bevat de mogelijke aminozuren die beginnen met deze twee basen.
-
Vind de derde base: Binnen dit grote vakje kijk je aan de rechterkant. Daar zie je opnieuw de vier mogelijke derde basen (U, C, A, G). Zoek de rij die overeenkomt met de derde base van je codon (in ons voorbeeld: G).
-
Lees het aminozuur af: Het aminozuur dat op de lijn van die derde base staat, binnen dat grote vakje, is het aminozuur waar jouw codon voor codeert. In het voorbeeld C-A-G vind je de éénletterige code Q.
De éénletterige codes en de legenda:
De letters zoals Q die je in de grote tabel vindt, zijn éénletterige afkortingen voor de aminozuren. Om de volledige naam van het aminozuur te achterhalen, kun je de legenda bovenaan de tabel raadplegen. Daar staat bijvoorbeeld dat 'Q' staat voor Glutamine. Soms verwijst de tabel ook naar andere tabellen (zoals tabel 67H1) voor de volledige structuurformules en namen van de aminozuren.
Het is belangrijk te onthouden dat de drie basen van een codon (eerste, tweede én derde) samen altijd leiden tot één specifiek aminozuur of een stopcodon. De derde base is cruciaal om het juiste aminozuur te bepalen, zelfs als meerdere codons voor hetzelfde aminozuur coderen.
Voorbeeld:
- Codon: C-A-G
- Eerste base: C (links)
- Tweede base: A (boven)
- Derde base: G (rechts in het vakje)
- Resultaat: Q (Glutamine)
Door deze stappen te volgen, kun je elk codon correct aflezen in de genetische code tabel.