Om de uitdrukking 2a−3b+2a−2b te vereenvoudigen, moet je gelijksoortige termen bij elkaar zoeken en deze vervolgens optellen of aftrekken.
Wat zijn gelijksoortige termen?
Gelijksoortige termen zijn termen die precies dezelfde variabele(n) met dezelfde exponent(en) hebben. Bijvoorbeeld, 2a en 4a zijn gelijksoortige termen, maar 2a en 3b niet.
Stappen om de uitdrukking te vereenvoudigen:
-
Identificeer gelijksoortige termen:
Kijk naar de uitdrukking: 2a−3b+2a−2b.
- De termen met de variabele 'a' zijn: 2a en +2a.
- De termen met de variabele 'b' zijn: −3b en −2b.
-
Groepeer gelijksoortige termen:
Zet de gelijksoortige termen bij elkaar:
(2a+2a)+(−3b−2b)
-
Tel de gelijksoortige termen bij elkaar op of trek ze van elkaar af:
- Voor de 'a'-termen: 2a+2a=4a.
- Voor de 'b'-termen: −3b−2b=−5b.
-
Combineer de resultaten:
De vereenvoudigde uitdrukking is de combinatie van de resultaten van stap 3:
4a−5b
Dus, de vereenvoudigde vorm van 2a−3b+2a−2b is 4a−5b.