Hoe stel je een woordformule op en bereken je een waarde?

Hoe stel je een woordformule op en bereken je een waarde?

BedrijfseconomieBedrijfseconomie
EconomieEconomie
WiskundeWiskunde
Wiskunde AWiskunde A
Wiskunde BWiskunde B

Hoe stel je een woordformule op en bereken je een waarde?

Hoe stel je een woordformule op en bereken je een waarde?

Antwoord van Ainstein

Een woordformule is een zin die in woorden beschrijft hoe je iets uitrekent. Het helpt je om een situatie te vertalen naar een berekening, voordat je er eventueel een letterformule van maakt.

Een woordformule opstellen Om een woordformule op te stellen, volg je deze stappen:

  1. Identificeer het startgetal of de vaste kosten: Dit is het bedrag of de hoeveelheid waarmee je begint, of een vast bedrag dat altijd betaald moet worden, ongeacht de variabele.
  2. Identificeer de verandering per eenheid: Dit is het bedrag of de hoeveelheid die er per keer (per week, per kilometer, per stuk, per minuut, etc.) bijkomt of afgaat.
  3. Combineer deze in een zin: Begin met wat je wilt uitrekenen (bijvoorbeeld "Totale kosten" of "Totaal aantal") en beschrijf de berekening.

Voorbeeld van opstellen: Stel, je hebt 50 euro gespaard en je krijgt elke week 10 euro zakgeld.

  • Startbedrag: 50 euro
  • Verandering per week: 10 euro

De woordformule wordt dan: Totaal euro's = 50 + 10 keer het aantal weken

Een ander voorbeeld: Een pretpark vraagt €10 entree per persoon en daarnaast €2 per attractie die je bezoekt.

  • Vaste kosten: €10
  • Kosten per attractie: €2

De woordformule wordt dan: Totale kosten = 10 + 2 keer het aantal attracties

Een waarde berekenen met een woordformule Als je eenmaal een woordformule hebt, kun je deze gebruiken om een specifieke waarde uit te rekenen.

  1. Vul de bekende waarde in: Vervang het "aantal weken", "aantal attracties" of een andere variabele in de woordformule door het gegeven getal.
  2. Reken de formule uit: Volg de juiste volgorde van bewerkingen (eerst vermenigvuldigen/delen, dan optellen/aftrekken).

Voorbeeld van berekenen: Neem de woordformule: Totale kosten = 10 + 2 keer het aantal attracties Stel, je bezoekt 5 attracties.

  1. Vul 5 in voor "het aantal attracties": Totale kosten = 10 + 2 keer 5
  2. Reken uit:
    • Eerst vermenigvuldigen: 2 keer 5 = 10
    • Dan optellen: 10 + 10 = 20

Dus, de totale kosten zijn 20 euro als je 5 attracties bezoekt.

Wil je betere cijfers halen?
  • Extra uitleg en oefenen voor elk boek op school
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
  • Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.