Het oplossen van lineaire vergelijkingen betekent dat je de waarde van de onbekende variabele (vaak x, y of z) wilt vinden. Dit doe je door de vergelijking in balans te houden, net als een weegschaal. Wat je aan de ene kant van het '=' teken doet, moet je ook aan de andere kant doen.
De balansmethode werkt in een paar stappen:
- Isoleer de variabele: Zorg ervoor dat alle termen met de variabele aan één kant van het '=' teken staan en alle losse getallen aan de andere kant.
- Gebruik tegenovergestelde bewerkingen:
- Om een getal dat wordt opgeteld (+) weg te halen, trek je het af (–).
- Om een getal dat wordt afgetrokken (–) weg te halen, tel je het op (+).
- Om een getal dat wordt vermenigvuldigd (×) weg te halen, deel je erdoor (÷).
- Om een getal waardoor wordt gedeeld (÷) weg te halen, vermenigvuldig je ermee (×).
- Bereken de waarde van de variabele: Als de variabele geïsoleerd is, kun je de waarde ervan berekenen.
Voorbeeld:
Laten we de vergelijking 3x+7=22 oplossen.
-
Haal de losse getallen naar één kant: We willen de +7 aan de linkerkant weghalen. De tegenovergestelde bewerking van optellen is aftrekken. Dus, we trekken aan beide kanten 7 af:
3x+7−7=22−7
3x=15
-
Isoleer de variabele x: Nu staat er '3 keer x is 15'. Om x alleen te krijgen, moeten we de vermenigvuldiging met 3 ongedaan maken. De tegenovergestelde bewerking van vermenigvuldigen is delen. Dus, we delen beide kanten door 3:
33x=315
x=5
De waarde van x in de vergelijking 3x+7=22 is dus 5. Door deze stappen te volgen, kun je de meeste lineaire vergelijkingen oplossen.