Het berekenen van een logaritme met een willekeurig grondtal op je grafische rekenmachine kan op twee manieren, afhankelijk van de functies van je rekenmachine.
De meest universele methode, die werkt op vrijwel elke wetenschappelijke of grafische rekenmachine, is door gebruik te maken van de grondtalveranderingsformule:
AlogB=logAlogB
Hierbij staat log zonder grondtal meestal voor de 10log (logaritme met grondtal 10), of je kunt de natuurlijke logaritme (ln) gebruiken. Beide werken, zolang je maar hetzelfde grondtal gebruikt voor zowel A als B.
Voorbeeld:
Stel je wilt 2log3 berekenen. Op je rekenmachine voer je dan in:
log2log3
Of, als je de natuurlijke logaritme gebruikt:
ln2ln3
De rekenmachine zal dan de waarde van 2log3 berekenen.
Directe functie voor logaritmen met willekeurig grondtal:
Sommige modernere grafische rekenmachines, zoals bepaalde modellen van Casio of NumWorks, hebben een speciale functie waarmee je direct een logaritme met een willekeurig grondtal kunt invoeren. Deze functie wordt vaak aangeduid als logBASE of log_b en is meestal te vinden in een 'catalogus' of 'math'-menu van je rekenmachine.
Als je rekenmachine deze functie heeft, kun je bijvoorbeeld 2log3 direct invoeren als logBASE(2, 3) of log_b(2, 3). Raadpleeg de handleiding van je specifieke rekenmachine om te zien of deze functie beschikbaar is en hoe je deze gebruikt.