Oppervlakte is de grootte van een tweedimensionaal vlak of een figuur. Het geeft aan hoeveel ruimte een vorm inneemt op een plat oppervlak. De eenheid van oppervlakte is meestal vierkante meters (m²), vierkante centimeters (cm²), enzovoort.
Voor verschillende vormen zijn er verschillende formules om de oppervlakte te berekenen.
Oppervlakte van een rechthoek
De oppervlakte van een rechthoek bereken je door de lengte te vermenigvuldigen met de breedte.
- Formule: Oppervlakte = lengte × breedte
- Met letters: A=l×b
- A staat voor Oppervlakte (Area)
- l staat voor lengte
- b staat voor breedte
Voorbeeld:
Stel, je wilt de oppervlakte berekenen van een rechthoekige tafel die 120 centimeter lang en 80 centimeter breed is.
Oppervlakte = 120 cm×80 cm=9600 cm2.
Oppervlakte van een vierkant
Een vierkant is een speciale rechthoek waarbij alle zijden even lang zijn. De lengte is dus hetzelfde als de breedte.
De formule voor de oppervlakte van een vierkant is daarom:
- Formule: Oppervlakte = zijde × zijde
- Met letters: A=z×z of A=z2
- A staat voor Oppervlakte (Area)
- z staat voor de lengte van één zijde
Voorbeeld:
Stel, je hebt een vierkante tegel met een zijde van 30 centimeter.
Oppervlakte = 30 cm×30 cm=900 cm2.
Voor andere vormen, zoals een driehoek of een cirkel, zijn er andere formules.