Steekproefgemiddelde (vaak aangegeven met xˉ): Dit is het gemiddelde van de waarnemingen in jouw steekproef.
Steekproef standaarddeviatie (vaak aangegeven met S): Dit geeft aan hoe ver de waarden in je steekproef gemiddeld van het steekproefgemiddelde afliggen. Het is een maat voor de spreiding.
Steekproef omvang (aangegeven met n): Dit is het totale aantal waarnemingen of metingen dat je in je steekproef hebt gedaan.
De 'plus of min' (±) in de formule betekent dat je twee berekeningen uitvoert:
Eén keer trek je de waarde na de ± af van het steekproefgemiddelde om de ondergrens van het interval te vinden.
Eén keer tel je de waarde na de ± op bij het steekproefgemiddelde om de bovengrens van het interval te vinden.
Het resultaat is een interval waarbinnen het werkelijke gemiddelde van de hele populatie met 95% zekerheid ligt.
Voorbeeld:
Stel je hebt een steekproef van 100 studenten (n=100) en je meet hun gemiddelde studietijd per week.
Het steekproefgemiddelde (xˉ) is 15 uur.
De steekproef standaarddeviatie (S) is 3 uur.
Dan bereken je het 95% betrouwbaarheidsinterval als volgt:
Bereken het deel na de ±:
2×1003=2×103=2×0,3=0,6
Bereken de ondergrens:
15−0,6=14,4 uur
Bereken de bovengrens:
15+0,6=15,6 uur
Het 95% betrouwbaarheidsinterval voor de gemiddelde studietijd is dus tussen de 14,4 en 15,6 uur. Dit betekent dat je met 95% zekerheid kunt zeggen dat de gemiddelde studietijd van alle studenten (de populatie) tussen de 14,4 en 15,6 uur per week ligt.