Om de effectgrootte te berekenen, heb je het gemiddelde en de standaarddeviatie van twee groepen nodig. De formule voor de effectgrootte (E) is als volgt:
E=21(standaarddeviatie1+standaarddeviatie2)gemiddelde1−gemiddelde2
In woorden betekent dit dat je het verschil tussen de gemiddelden van de twee groepen deelt door het gemiddelde van hun standaarddeviaties.
Laten we een voorbeeld nemen met de volgende waarden om de effectgrootte te berekenen:
Voor groep 1 (bijvoorbeeld klas A):
- Gemiddelde: 6,513
- Standaarddeviatie: 1,3303
Voor groep 2 (bijvoorbeeld klas B):
- Gemiddelde: 5,817
- Standaarddeviatie: 1,3574
Nu vullen we de getallen in de formule in:
E=21(1,3303+1,3574)6,513−5,817
E=21(2,6877)0,696
E=1,343850,696
E≈0,518
De effectgrootte in dit voorbeeld is ongeveer 0,518.
De standaardafwijking, ook wel standaarddeviatie genoemd, geeft aan hoeveel spreiding er is in je gegevens. Het is de afstand van het gemiddelde tot het buigpunt in een normale verdeling.
Voor het voortgezet onderwijs is de meest gebruikelijke manier om de standaardafwijking te berekenen met een grafische rekenmachine. Je voert dan al je waarden in via de statistiek-optie (vaak onder 'EDIT') en laat de rekenmachine de standaardafwijking voor je uitrekenen (vaak onder 'CALC' en dan '1-Var Stats').